ECLI:NL:PHR:2014:310

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
4 maart 2014
Publicatiedatum
22 april 2014
Zaaknummer
13/00142
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 81.1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op afwezigheid van alle schuld bij verkeersongeval met dodelijke afloop

Het gerechtshof Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld wegens het niet verlenen van voorrang op een gelijkwaardig kruispunt, waarbij een andere bestuurder om het leven kwam. Verdachte reed met een bestelbus over de Mensumaweg en verleende geen voorrang aan een van rechts naderende auto, wat leidde tot een botsing.

Verdachte voerde in hoger beroep aan dat zij zich aan de snelheid hield en het zicht belemmerd werd door bulten kuilvoer, waardoor zij geen schuld had. Het hof oordeelde dat geen grove schuld kon worden bewezen, maar verwierp het beroep op afwezigheid van alle schuld (avas), omdat verdachte onvoldoende had gedaan om zich ervan te vergewissen dat er geen verkeer van rechts naderde.

De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het hof voldoende heeft gemotiveerd waarom verdachte meer had moeten doen, namelijk extra voorzichtig zijn en de kruising zodanig benaderen dat verkeer van rechts tijdig kon worden waargenomen. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; veroordeling wegens het niet verlenen van voorrang blijft gehandhaafd.

Conclusie

Nr. 13/00142
Mr. Machielse
Zitting 4 maart 2014
Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het gerechtshof Leeuwarden heeft verdachte op 22 oktober 2011 wegens “overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994” veroordeeld tot een geldboete van € 750. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd zoals in het arrest omschreven.
2. Mr. G.A. Pots, advocaat te Leeuwarden, heeft beroep in cassatie ingesteld. Mr. H. Veldman, advocaat te Peize, heeft een schriftuur ingezonden houdende een middel van cassatie.
3.1. Het middel klaagt over de verwerping van een beroep op afwezigheid van alle schuld.
3.2. Het hof heeft bewezenverklaard dat verdachte
"op 11 april 2010 te Tolbert, in de gemeente Leek, als bestuurder van een motorrijtuig (bestelbus), daarmee rijdende over de Mensumaweg, gaande in de richting van de Blinkweg en gekomen bij de kruising van de Mensumaweg en de Noorderweg, die kruising is opgereden en geen voorrang heeft verleend aan een haar van rechts naderende bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), waardoor gevaar op de weg werd veroorzaakt."
3.3. De pleitnota van hoger beroep voert aan dat verdachte bij het naderen van de kruising maximaal 60 km/h heeft gereden en vervolgens nog haar snelheid verder heeft verminderd. De wegsituatie laat ook een hogere snelheid niet toe. Bulten van kuilvoer belemmerden het uitzicht naar rechts. Verdachte is daar goed bekend. Zij heeft bij nadering van het kruispunt enige malen naar rechts gekeken en geen verkeer gezien. Zij is de kruising opgereden en daarbij in botsing gekomen met een voor haar van rechts komende auto. Verdachte had geen haast en heeft rustig gereden. Het betreft weliswaar een gelijkwaardig kruispunt met een belemmerd uitzicht, maar dat betekent nog niet dat verdachte had moeten stoppen. Zij heeft gedaan wat onder de gegeven omstandigheden van een automobilist mocht worden verwacht. Niet kan worden uitgesloten dat de andere auto aan de linkerkant van de weg heeft gereden waardoor deze voor verdachte minder goed waarneembaar was. Een gebrekkige waarneming door verdachte is onvoldoende voor de bewezenverklaring van schuld. Omdat verdachte alles heeft gedaan wat van een automobilist mag worden gevergd, komt haar een beroep op afwezigheid van alle schuld toe.
3.4. Het hof heeft overwogen dat verdachte geen voorrang heeft verleend, ten gevolge waarvan de bestuurder van de andere auto om het leven is gekomen, maar dat niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld met welke snelheid verdachte heeft gereden op het moment dat zij de kruising naderde, noch op welk moment zij snelheid heeft geminderd of met welke snelheid zij de kruising is opgereden. Evenmin staat vast in hoeverre de drie kuilbulten het zicht voor verdachte hebben belemmerd of in hoeverre de portierstijl van de bestelbus, waarin verdachte reed, daaraan heeft bijgedragen. Daarom kan geen grove schuld worden bewezenverklaard.
Maar het beroep op avas gaat volgens het hof niet op. Zo een beroep kan slechts slagen als geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Verdachte had alvorens de kruising op te rijden zich ervan op de hoogte moeten stellen dat er geen verkeer van rechts naderde. En dat heeft verdachte in onvoldoende mate gedaan.
3.5. Het cassatiemiddel klaagt dat het hof aldus niet heeft aangegeven wat verdachte meer had moeten doen dan zij heeft gedaan. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging aangegeven dat verdachte om vrij en onbelemmerd uitzicht te verkrijgen juist dusdanig ver de kruising had moeten oprijden dat zij op de linkerweghelft van de kruisende weg zou zijn terechtgekomen.
3.6. Bewijsmiddel 1 houdt in dat verdachte reed in een Renault Traffic bestelauto. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit een bestelauto is de vorm van een busje. Het tweede bewijsmiddel houdt de verklaring van verdachte in. Zij heeft onder meer verklaard te hebben geweten dat de kruising die zij naderde een verkeersgevaarlijke kruising is. Zij is voor de kruising niet gestopt. Het hof is er kennelijk van uitgegaan dat het voor verdachte mogelijk is geweest de botsing te vermijden en wel door zich ervan te vergewissen dat van rechts geen verkeer naderde. Deze gedachtegang acht ik niet onbegrijpelijk. Het ongeval heeft plaatsgevonden in een landelijk gebied. Verdachte was ervan op de hoogte dat het zicht naar rechts door de bulten kuilvoer werd bemoeilijkt, hetgeen haar aanleiding had moeten geven om extra voorzichtig te zijn op deze kruising en deze met een nog geringere snelheid te naderen, zodat de gelegenheid om ander verkeer op tijd waar te nemen wel zou zijn te baat genomen. Ook de verklaring die verdachte in hoger beroep heeft afgelegd houdt in dat de mogelijkheid om zicht te hebben op het van rechts komende verkeer bestaat, zij het dat je dan de kruising al behoorlijk moet zijn genaderd. Wil je echt goed kunnen zien of er verkeer van rechts aankomt, zou je op de kruising moeten staan. Maar dit laatste wil niet zeggen dat er geen enkele mogelijkheid is om verkeer van rechts waar te nemen zonder de kruising volledig te blokkeren.
Naar mijn mening is de verwerping van het beroep op avas toereikend met redenen omkleed, zij het dat ik de verdediging moet nageven dat de verwerping niet rijkelijk is gemotiveerd.
Het middel faalt.
4. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden