Conclusie
Middel Ikwalificeert als rechtens onjuist en/of onbegrijpelijk het oordeel dat [verzoekster] niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij arbeidsongeschikt is. Volgens het middel heeft het hof miskend dat [verzoekster] zich niet op het standpunt heeft gesteld niet gebonden te zijn aan de sollicitatieverplichting.
Middel IIbevat een motiveringsklacht tegen ’s hofs oordeel dat [verzoekster] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de nieuwe schulden gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling kunnen worden ingelopen. Hiermee zou het hof niet alleen [verzoeksters] verweer ongemotiveerd terzijde hebben geschoven, maar ook het gelijkluidende standpunt van de bewindvoerder.
gesteldis dat de nieuwe schulden tijdens een verlenging kunnen worden ingelopen, maar veeleer geoordeeld dat verzuimd is deze stelling met bewijsstukken
voldoende aannemelijk te maken. Dat oordeel is overwegend feitelijk van aard en niet onbegrijpelijk in het licht van hetgeen partijen hebben aangevoerd.