Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
totalewoonlasten te halveren [9] .
Onderdeel 3klaagt dat het oordeel van het hof in rechtsoverweging 5.7 dat sprake is van gescheiden huishoudens tussen de man en [betrokkene 3] innerlijk tegenstrijdig is met rechtsoverweging 5.4 waarin het hof overweegt dat het al of niet samenwonen er niet toe doet.
PROD. 1), waarvan de man verzoekt de inhoud als hier herhaald en ingelast te beschouwen, met – nadrukkelijk – alle ter zake dienende bewijzen dat de man en zijn nieuwe echtgenote gescheiden huishoudens voeren. De stukken verschaffen tevens inzicht in de financiële situatie van zijn huidige vrouw, die dus eigen woonlasten heeft en een eigen volledig huishouden heeft te draaien van haar inkomen. Zij heeft simpelweg niet de draagkracht om bij te dragen aan de woonlasten van de man. (…)
totalewoonlasten van de man en [betrokkene 3] buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden en slaagt de eerste klacht van onderdeel 1.