Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
3.Inleiding en mogelijke grond voor snelle afdoening
dezelfdepremie de andere concern-B.V.’s heeft meeverzekerd, doet a prima vista uitkomen dat het probleem niet was gelegen in het risico, noch ook in de verzekerden/verzekeringnemers. Als argeloze leek zou men kunnen denken dat een verzekeraar die inmiddels (als gevolg van de brand) van de hoed en de rand weet en die toch tegen dezelfde premie en met dezelfde dekkingsomschrijving aansprakelijkheid blijft dekken, daadwerkelijk dekking wil verlenen voor het risico waarvan hij inmiddels op de hoogte is en dat, naar hij moet hebben begrepen, de verzekeringnemers wilden dekken.
wateen verzekeraar in een concreet geval heeft gewild.
onaanvaardbaaris naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Die gedachte sluit ook aan bij de onder 3.1.2 geciteerde passage uit het arrest Wasserij de Blinde. In de hier besproken lezing heeft Aegon immers uitgelegd waarom ze de dekking niet – in casu: voor dezelfde premie – zou hebben verstrekt.
4.Behandeling van de principale klachten
aanvullendewerking van redelijkheid en billijkheid (zoals de eerste volzin en andermaal de subonderdelen a, b en c doen vermoeden) mist het doel omdat het Hof daarover in rov. 11 niets zegt.
na de onderhavige schadedie Aegon niet kan zijn ontgaan. [16] Daarom valt, met de onder 4.12 en 4.13 te maken kanttekening, aan te nemen dat Aegon van oordeel was dat het in 2009 uitdrukkelijk aanvaarde risico voor de onderhavige premie kon worden gedekt.
iets concreets te stellen. [18] Dat heeft zij niet gedaan; ook in haar s.t. kon daarover dus ook niets worden aangevoerd.
in rov. 1 onder bheeft geoordeeld dat sinds 2001 tussen [eiseres 1], [A] en [eiseres 2] enerzijds en Aegon anderzijds een aansprakelijkheidsverzekering bestond. Dat oordeel wordt door [eiseres] niet bestreden;
op de polisals verzekerde stonden vermeld, al zou rov. 1 onder d zo
kunnenworden gelezen. Maar zelfs als dat zo zou zijn, kan het [eiseres] niet baten omdat rov. 1 niet wordt bestreden.
het Hofhad moeten uitleggen waarom [eiseres 2] na 2006 niet meer zou zijn verzekerd. Ik acht me ervan ontslagen om hier verder op in te gaan omdat het betoog in strijd is met de eigen stellingen van [eiseres] zoals deze redelijkerwijs moeten worden begrepen; zie onder 4.24.2.
het Hofuit had moeten leggen waarom [eiseres 2] niet meer onder de dekking viel vanaf 2006.
onderdeel 2.2.2.ealdus dat het erover bedoelt te klagen dat het Hof in rov. 10 het betoog van [eiseres] heeft misverstaan. Zij heeft immers, anders dan het Hof meent, aangevoerd dat het wijzigingsverzoek in 2006 uitging van [eiseres 1] én de concernvennootschappen.
welke bedoeling[eiseres] in 2006 had;
nietonder de dekking valt (omdat het gaat om verhuur van opslagruimte voor boten), nog het volgende.
in ander verbandoverweegt een toereikende motivering zou kunnen zijn voor een oordeel als hier besproken, endosseer ik, als Uw Raad op dit punt zou vernietigen, graag aan de verwijzingsrechter die bij dat oordeel ook de andere relevante omstandigheden zal moeten betrekken.
5.Bespreking van het voorwaardelijk incidentele beroep
op de polisstonden vermeld als verzekerde of verzekeringnemer.
nietals verzekeringnemer stonden vermeld.