Verdachte is bij arrest van 28 mei 2013 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens 1. “verduistering” (van een personenauto) en 2. “opzetheling” (van een andere personenauto) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden.
Mr. M.G. Vos, advocaat te Utrecht, heeft namens verdachte een middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelklaagt dat het hof uit de bewijsmiddelen niet (begrijpelijk) heeft kunnen afleiden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van een personenauto en dat de bewezenverklaring op grond hiervan niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.
Het hof heeft ten aanzien van verdachte onder feit 2 bewezenverklaard dat:
“hij in de periode van 16 januari 2012 tot en met 26 mei 2012 te Rhenen, een personenauto, merk Land Rover heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto, wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof”.
5. Het bewijs waarop deze bewezenverklaring steunt, is in de aanvulling op het arrest als volgt weergegeven:
1. het als bijlage bij het proces-verbaal relaas gevoegde in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal aangifte (pag. 9 t/m 11), nr. PL0950 2012117603-1, gesloten en ondertekend op 26 mei 2012 door [verbalisant 1], bijzonder opsporingsambtenaar domein generieke opsporing van politie Utrecht, inhoudende de aangifte van [betrokkene 1], zakelijk weergegeven:
Ik ben eigenaar van [A] BV te Rhenen. Op 26 mei 2012 omstreeks 10.30 uur kwam er een man bij mij in de showroom. Ik had deze man ook al op zaterdag 19 mei 2012 in de showroom gezien. Op zaterdag 19 mei 2012 informeerde de man naar een zwarte MBW, type: X6 die ik in de showroom had staan. De man heeft toen de BMW bekeken, maar zei dat hij zijn eigen auto niet bij zich had en dat hij wel terug zou komen.
Op zaterdag 26 mei 2012 omstreeks 10.30 uur kwam deze man dus opnieuw bij mij in de showroom. Hij zei dat hij toen wel zijn auto bij zich had. Ik heb hem de BMW opnieuw laten zien. Ik vroeg hem om de sleutels van zijn auto, zodat ik die kon bekijken. De man vroeg of hij een proefrit met de BMW mocht maken. Ik heb geen identiteitsbewijs of kopie hiervan achter gehouden. Wel had ik de sleutels van de auto waarmee de man was gekomen. Op 26 mei 2012 omstreeks 15.30 uur vond ik dat de man wel erg lang met de BMW weg was. Ik ben toen naar zijn auto gelopen. Het betreft een Landrover, type Rangerover sport, kleur zwart, voorzien van kenteken [AA-00-BB]. Na controle bleek dat de Landrover als gestolen stond bij een Opel dealer. Het goede kenteken dat bij de Landrover hoort is [CC-00-DD]. De auto die door mij aan de man is meegegeven betreft een BMW, type X6, kleur zwart.
2. het als bijlage bij het proces-verbaal relaas gevoegde in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (pag. 29), nr. PL0950 2012117603-12, gesloten en ondertekend op 9 juli 2012 door [verbalisant 2] voornoemd en [verbalisant 3], brigadier van politie Utrecht, inhoudende als relaas van verbalisanten, zakelijk weergegeven:
Op 22 juni 202 heb ik een onderzoek ingesteld waarbij het volgende werd bevonden.
Op 26 mei 2012 werd een personenauto, merk BMW, type X6, kenteken [EE-00-FF] verduisterd te Rhenen.
Op 27 mei 2012 werd genoemd voertuig aangetroffen te Rotterdam in de parkeergarage gelegen aan de Kruiskade.
De bewakingsbeelden van genoemde parkeergarage, verstrekt door Interparking Beheer zijn door mij bekeken en het navolgende was waarneembaar:
Camera parkeerdek 5.1 :
15.59.47 uur komt een donkerkleurige personenauto, merk BMW, type X-serie de parkeergarage ingereden.
15.59.59 uur is te zien dat genoemd voorzien is van het kenteken [EE-00-FF]. Tevens is te zien dat er slechts één persoon in het voertuig zit. Van deze bestuurder zijn printjes gevoegd bij dit proces-verbaal.
Camera parkeerdek 5.2:
16.00.07 uur stopt genoemd voertuig.
16.00.23 uur parkeert de bestuurder genoemd voertuig achteruit en een parkeervak.
16.04.07 uur verlaat en sluit de bestuurder de BMW.
Camera parkeerdek 5.3:
16.04.17 uur komt de bestuurder het parkeerdek omhoog gelopen en loopt vervolgens naar rechts.
3. het als bijlage bij het proces-verbaal relaas gevoegde in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal verhoor aangever (pag. 12 t/m 13), nr. PL0950 2012117603-6, gesloten en ondertekend op 12 juni 2012 door [verbalisant 4], brigadier van politie Utrecht, inhoudende de verklaring van [betrokkene 1], zakelijk weergegeven:
U toont mij twee foto's van een man. Ik zie dat deze foto's in een parkeergarage zijn gemaakt. Ik herken deze man voor de volle 100% als de man die op 26 mei 2012 een Landrover, type Rangerover, voorzien van kenteken [AA-00-BB] achter liet bij mijn bedrijf en die vervolgens een BMW, type X6, voorzien van het kenteken [EE-00-FF], van mij mee kreeg voor een proefrit. Deze man heeft mijn BMW niet meer terug gebracht.
4. het als bijlage bij het proces-verbaal relaas gevoegde in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (pag. 26), nr. PL0987 2012117603-7, gesloten en ondertekend op 13 juni 2012 door [verbalisant 5], hoofdagent van politie Utrecht, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:
In één van de dia's van de briefing, werd de herkenning gevraagd van een man die op 26 mei 2012 een personenauto zou hebben verduisterd bij [A]. Ik herken de man in deze dia als zijnde: [verdachte].
5. het als bijlage bij het proces-verbaal relaas gevoegde in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (pag. 18 en 19), nr. PL0950 20121 17603-10, gesloten en ondertekend op 23 juni 2012 door [verbalisant 2] voornoemd, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op 22 juni 2012 werd door ons verbalisanten de verdachte [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats], gehoord. Wij, verbalisanten, hadden tevens de beelden van de bewakingscamera's van de parkeergarage aan de Kruiskade te Rotterdam d.d. 26 mei 2012 bekeken. Wij herkenden de verdachte [verdachte] als de persoon die de personenauto, merk BMW, voorzien van het kenteken [EE-00-FF], parkeerde aldaar en vervolgens wegliep richting het trappenhuis van genoemde parkeergarage.
6. het als bijlage bij het proces-verbaal relaas gevoegde in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal aangifte (pag. 36 t/m 38), nr. PLI UN 2012003779-1, gesloten en ondertekend op 16 januari 2012 door [verbalisant 6], bijzonder opsporingsambtenaar domein generieke opsporing van politie Zaanstreek-Waterland, inhoudende de aangifte van [betrokkene 2], zakelijk weergegeven:
lk ben gemachtigd namens [B] BV te Zaandam aangifte te doen.
Op 16 januari 2012 omstreeks 9.15 uur heb ik de auto van het merk Land Rover, type RangeRover, kleur zwart en voorzien van kenteken [CC-00-DD] zonder schade afgesloten weggezet op het bedrijfsterrein van [B] BV.
Omstreeks 14.45 wilde ik de auto binnen zetten. Ik zag dat de auto was weggenomen.
Het weggenomen goed behoort geheel in eigendom toe aan [B] BV. Niemand had het recht of de toestemming dit goed weg te nemen en zich toe te eigenen.”
6. Als overweging met betrekking tot het bewijs is in het arrest van het hof het volgende opgenomen:
“Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.”
7. In het middel wordt terecht naar voren gebracht dat het hof uit deze bewijsmiddelen niet heeft kunnen afleiden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van de auto van het merk Land Rover, type Range Rover omdat uit het enkele feit dat verdachte in het bezit was van deze auto, niet volgt dat hij wist dat deze door misdrijf verkregen was.
8. Alhoewel de gang van zaken met betrekking tot de verduistering van de BMW doet vermoeden dat verdachte de Land Rover niet rechtmatig heeft verworven, kan noch uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen, noch uit de nadere bewijsoverweging worden afgeleid dat verdachte wetenschap heeft gehad van het feit dat de Land Rover gestolen was. Ik ben daarom van oordeel dat de bewezenverklaring van feit 2 niet voldoende conform de eis van de wet met redenen is omkleed.
10. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de beslissingen over feit 2 en de strafoplegging betreft en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden