ECLI:NL:PHR:2014:4

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 januari 2014
Publicatiedatum
22 januari 2014
Zaaknummer
13/03211
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verdeling van huwelijksgoederengemeenschap afgewezen wegens ontbreken overzicht boedelbestanddelen

Partijen zijn in 1999 in Egypte gehuwd en zijn in 2011 gescheiden verklaard door de rechtbank Rotterdam. De verdeling van de gemeenschapsgoederen werd aangehouden. De man diende een verzoek in tot verdeling, maar bracht onvoldoende concrete feiten en omstandigheden naar voren om boedelbestanddelen aan te tonen. De rechtbank wees het verzoek af en het hof bekrachtigde deze beslissing in hoger beroep.

De man stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof en voerde aan dat het hof ten onrechte geen acht had geslagen op een lijst met schulden en baten die hij kort voor de terechtzitting had ingediend. Het hof had erkend dat stukken waren ontvangen, maar stelde vast dat uit deze stukken niet bleek welke bestanddelen tot de huwelijksgemeenschap behoorden. Tijdens de zitting konden partijen ook niet aangeven welke bestanddelen deel uitmaakten van de gemeenschap.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel berust op een verkeerde lezing van de beschikking en faalt. Het cassatieberoep wordt verworpen met toepassing van artikel 81 lid 1 RO Pro, waarmee de beslissing van het hof dat de verdeling niet kan worden vastgesteld wegens het ontbreken van een overzicht van boedelbestanddelen in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap wordt afgewezen wegens het ontbreken van een concreet overzicht van boedelbestanddelen.

Conclusie

13/03211
Mr. P. Vlas
Zitting, 10 januari 2014 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[de man],
(hierna: de man)
tegen
[de vrouw],
(hierna: de vrouw)
1. In het kader van een door de man gedaan verzoek tot verdeling van de gemeenschapsgoederen is de vraag aan de orde of het hof ten onrechte geen acht heeft geslagen op de stukken van de man met een lijst/overzicht van schulden en baten die de man op 14 januari 2013 vóór de terechtzitting bij het hof van 25 januari 2013 had opgestuurd. Naar mijn mening komt de zaak in aanmerking voor toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro, zodat met een verkorte conclusie wordt volstaan.
2. Partijen zijn op 13 augustus 1999 te Al-Kafr-el-Sharrqi, Egypte, gehuwd. Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 25 augustus 2011 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Bij deze beschikking heeft de rechtbank bepaald dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden ten aanzien van – onder meer – de verdeling van de gemeenschapsgoederen van partijen. De man is tot 1 november 2011 in de gelegenheid gesteld zijn verzoek tot verdeling nader te onderbouwen. De rechtbank heeft bij beschikking van 3 juli 2012 geoordeeld dat de man, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, onvoldoende concrete en specifieke feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht waaruit volgt dat er boedelbestanddelen te verdelen zijn. Het verzoek van de man is daarom als onvoldoende onderbouwd afgewezen.
3. De man is van de beschikking van 3 juli 2012 in hoger beroep gekomen en heeft, kort gezegd, verzocht de bestreden beschikking te vernietigen en de gemeenschapsgoederen te verdelen. Bij beschikking van 27 maart 2013 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd voor zover daarbij het verzoek tot verdeling van de gemeenschapsgoederen van partijen is afgewezen. Voor zover thans in cassatie van belang heeft het hof voor de periode met ingang van 1 september 2010, als volgt overwogen:
‘19. Het hof oordeelt wat betreft deze periode als volgt. Nu de man de verdeling van de huwelijksgemeenschap verzoekt, had het op zijn weg gelegen een overzicht van de boedelbestanddelen in het geding te brengen. Een dergelijk overzicht ontbreekt. Ter zitting hebben partijen, daarnaar gevraagd, verklaard niet aan te kunnen geven welke bestanddelen deel uitmaken van de huwelijksgemeenschap. Gelet hierop kan het hof ook in deze periode de verdeling niet vaststellen, zodat het verzoek van de man ook in zoverre moet worden afgewezen’.
4. De man heeft tegen de beschikking van het hof (tijdig) cassatie ingesteld. De vrouw heeft een verweerschrift ingediend.
5. Het cassatiemiddel van de man klaagt dat het hof geen acht heeft geslagen op de stukken die de man op 14 januari 2013 bij het hof heeft ingediend met daarin een lijst/overzicht van schulden en baten.
6. Op de eerste bladzijde van de bestreden beschikking maakt het hof melding van het feit dat bij het hof enige stukken van de zijde van de man zijn ingekomen, waaronder ‘op 15 januari 2013 een brief van 14 januari 2013 met bijlagen’. Zoals het hof in de hiervoor geciteerde rov. 19 van de bestreden beschikking ook tot uitdrukking heeft gebracht, is ter terechtzitting van 25 januari 2013 om opheldering over (de inhoud van) deze stukken gevraagd en hebben partijen verklaard niet te kunnen aangeven welke bestanddelen deel uitmaken van de huwelijksgemeenschap. [1] Het hof heeft kennelijk met de in rov. 19 gebruikte zin ‘Een dergelijk overzicht ontbreekt’ willen aangeven dat uit de door de man toegezonden stukken (waaronder een handgeschreven velletje papier) [2] niet blijkt welke bestanddelen deel uitmaken van de huwelijksgemeenschap. Het middel berust derhalve op een verkeerde lezing van de beschikking en faalt mitsdien.
7. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G

Voetnoten

1.Zie het proces-verbaal van de zitting van het hof van 25 januari 2013 waarin de advocaat van de man heeft verklaard, in een reactie op een vraag van het hof, dat ‘het overzicht van alle schulden en baten nog niet helemaal (is) gelukt’ (p. 4) en de advocaat van de vrouw heeft aangegeven dat ‘niet blijkt om welke schulden het gaat en niet uit welke periode de schulden zouden zijn’ (p. 5).
2.Zie procesdossier zijdens verzoeker, onder 2 (Aanvullende stukken).