ECLI:NL:PHR:2014:4
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verdeling van huwelijksgoederengemeenschap afgewezen wegens ontbreken overzicht boedelbestanddelen
Partijen zijn in 1999 in Egypte gehuwd en zijn in 2011 gescheiden verklaard door de rechtbank Rotterdam. De verdeling van de gemeenschapsgoederen werd aangehouden. De man diende een verzoek in tot verdeling, maar bracht onvoldoende concrete feiten en omstandigheden naar voren om boedelbestanddelen aan te tonen. De rechtbank wees het verzoek af en het hof bekrachtigde deze beslissing in hoger beroep.
De man stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof en voerde aan dat het hof ten onrechte geen acht had geslagen op een lijst met schulden en baten die hij kort voor de terechtzitting had ingediend. Het hof had erkend dat stukken waren ontvangen, maar stelde vast dat uit deze stukken niet bleek welke bestanddelen tot de huwelijksgemeenschap behoorden. Tijdens de zitting konden partijen ook niet aangeven welke bestanddelen deel uitmaakten van de gemeenschap.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel berust op een verkeerde lezing van de beschikking en faalt. Het cassatieberoep wordt verworpen met toepassing van artikel 81 lid 1 RO Pro, waarmee de beslissing van het hof dat de verdeling niet kan worden vastgesteld wegens het ontbreken van een overzicht van boedelbestanddelen in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap wordt afgewezen wegens het ontbreken van een concreet overzicht van boedelbestanddelen.