ECLI:NL:PHR:2014:40

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2014
Publicatiedatum
12 februari 2014
Zaaknummer
12/05418
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Rechters
  • Mr. Hofstee
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 SvArt. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onvoldoende motivering volgens art. 359 lid 2 Sv

Het cassatieberoep richtte zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 november 2012. Verzoeker diende tijdig een schriftuur in met één middel van cassatie. De Hoge Raad overwoog dat de motiveringsplicht van artikel 359, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet zo ver reikt dat bij het niet-aanvaarden van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt op ieder detail van de argumentatie moet worden ingegaan.

Daarmee was het middel klaarblijkelijk onvoldoende om tot cassatie te leiden. Op grond hiervan stelde de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad voor om het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren met toepassing van artikel 80a van het Reglement van Orde van de Hoge Raad.

De Hoge Raad volgde dit standpunt en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Deze beslissing bevestigt de grenzen van de motiveringsplicht en benadrukt dat niet elk detail van een betoog door de rechter hoeft te worden behandeld om een middel ontvankelijk te laten zijn.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende motivering.

Conclusie

Nr. 12/05418
Zitting: 21 januari 2014
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 14 november 2012. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende één middel van cassatie ingezonden.
2. Het
middelstuit af op de omstandigheid dat de motiveringsplicht van art. 359, tweede lid, Sv niet zo ver gaat dat bij de niet-aanvaarding van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt op ieder detail van de argumentatie moet worden ingegaan. [1] Dat brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130, NJ 2006:393, rov. 3.8.4. onder d.