ECLI:NL:PHR:2014:411
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt deel veroordeling wegens innerlijke tegenstrijdigheid bewijs en verwijst terug
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling van zijn vader en verduistering van geldbedragen van diens rekening. Het hof had verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 180 uur en de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een deel van de verklaring van verdachte, die het zelf als ongeloofwaardig beschouwde, toch als bewijsmiddel heeft gebruikt voor de bewezenverklaring van verduistering. Dit leidt tot een innerlijke tegenstrijdigheid in de bewijsvoering die niet van ondergeschikte betekenis is. Hierdoor is het bewijs voor dat onderdeel onvoldoende betrouwbaar.
Hoewel het eerste middel, gericht op de mishandeling, faalt omdat de eigen verklaringen van verdachte de bewijsconstructie ondersteunen, slaagt het tweede middel. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor het onderdeel verduistering en de opgelegde straf daarvoor en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging aangetroffen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor het onderdeel verduistering en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.