ECLI:NL:PHR:2014:418
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbrekende aantekening vonnis in proces-verbaal niet onrechtmatig
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter wegens overtreding van artikel 107 lid 1 Wegenverkeerswet Pro 1994, waarbij verdachte was veroordeeld tot twee weken hechtenis.
Verdachte stelde dat het hof ambtshalve de zaak inhoudelijk had moeten behandelen omdat de kantonrechter in strijd met artikel 395 lid 2 onder Pro c Sv het vonnis niet in het proces-verbaal van de terechtzitting had aangetekend. De Hoge Raad oordeelde dat hoewel deze aantekening inderdaad ontbrak, dit niet leidde tot onontvankelijkheid van het hoger beroep. Het hof hoefde de zaak niet ambtshalve inhoudelijk te behandelen omdat verdachte zelf tijdig hoger beroep had ingesteld en niet was verhinderd grieven in te dienen.
De Hoge Raad benadrukte dat de rechter in hoger beroep weliswaar de vrijheid heeft om ambtshalve tot inhoudelijke behandeling over te gaan, maar dit niet verplicht is bij het ontbreken van de aantekening. Het hof had voldoende stukken om het vonnis te beoordelen en zag geen aanleiding tot inhoudelijke behandeling. Het middel van verdachte faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte werd terecht niet-ontvankelijk verklaard ondanks het ontbreken van de aantekening van het vonnis in het proces-verbaal.