Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het Hof ten onrechte het verzoek tot het horen van de getuige-deskundige Bauer heeft afgewezen, althans deze beslissing ontoereikend heeft gemotiveerd.
voorwaardelijk verzoekderhalve tot het horen van genoemde getuige-deskundige: voor het geval uw Hof tot een bewezenverklaring mocht komen van 1 of beide ten laste gelegde feiten.”
3.5.4 Conclusie met betrekking tot de waardering van het forensisch onderzoek door het NFI
tweede middelbevat de klacht dat het Hof het ‘formele’ verweer ten onrechte heeft verworpen en/of deze verwerping ontoereikend heeft gemotiveerd.
“C. Het standpunt van de verdediging
wedagelijks werden geslagen met de palu” (cursivering van mij, PV). Aangeefster heeft na lezing van het rapport van Van Koppen haar politieverklaring dus enkel aangevuld ten aanzien van het geweldsaspect gericht op alle kinderen van het gezin. Al in haar eerste verklaring bij de politie heeft aangeefster verklaard dat verdachte haar sloeg wanneer zij tegenwerkte (p. 13 van het arrest van het Hof waarbij wordt gewezen op de doorgenummerde dossierpagina 221). Zo bezien mist het door de steller van het middel aan de toelichting van het middel ten grondslag gelegde uitgangspunt (er is niet eerder over – naar ik aanneem voor de bewezenverklaring relevant geweld – verklaard) feitelijke grondslag.
derde middelklaagt dat het Hof is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt met betrekking tot een aantal resultaten van het sporenonderzoek, maar onvoldoende de redenen heeft opgegeven die daartoe hebben geleid. Het middel valt uiteen in drie klachten en ziet op hetgeen de verdediging heeft aangevoerd omtrent de resultaten van het onderzoek van (i) het laken, (ii) de zedenset en (iii) het lichamelijk onderzoek.
C. Het standpunt van de verdediging
vierde middelklaagt dat het Hof is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging met betrekking tot de betrouwbaarheid van (onderdelen van) de verklaringen van aangeefster en haar broer [betrokkene 3] zonder daarvoor een toereikende motivering te hebben gegeven.
“Inhoudelijk verweer
vijfde middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring, omdat het Hof voor het bewijs gebruik heeft gemaakt van een tweetal verklaringen die ontoelaatbare conclusies en/of gissingen inhouden.
zesde middelklaagt dat het Hof voor het bewijs gebruik heeft gemaakt van de verklaringen van een minderjarige getuige zonder dat het Hof zich rekenschap heeft gegeven van de (jonge) leeftijd van de getuige en het tijdsverloop tussen de voor het bewijs gebezigde waarnemingen en zijn verklaring.