“Vaststelling van de feiten en omstandigheden
Het hof gaat, gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, uit van de volgende redengevende feiten en omstandigheden.
Op 25 maart 2011 om 23.48 uur komt bij de politie een melding binnen van een schietpartij in Delft. Later blijken twee personen, zijnde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], te zijn beschoten. [slachtoffer 1] verklaart dat de schutter een blanke man is en dat deze samen met een donkere man was. [slachtoffer 1] omschrijft de donkere man als volgt: donker getinte huid, 1.80 meter lang, met een zwarte bivakmuts op. Getuige [getuige 1] omschrijft de donkere man als volgt: licht getinte man, ongeveer 22 jaar, donker krullend haar tot aan de oren en met een normale ronding van zijn gezicht. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij door twee mannen, voorzien van bivakmutsen, werd ingesloten, de blanke man (de latere schutter) had toen al het wapen in zijn hand. De blanke man zei "blijf staan, ik maak je dood", of woorden van gelijke strekking. [slachtoffer 1] rende weg, en de blanke man achtervolgde hem. De donkere man probeerde [slachtoffer 1] vervolgens via het trappenhuis in te sluiten, wat net niet lukte. [slachtoffer 1] sprong van de eerste etage van de flat naar beneden, de bosjes in. Hij hoorde dat vier schoten werden afgevuurd. Op de balustrade van de derde etage van Bachflat voor perceel Bachsingel 57 en op het trottoir onder de flat zijn diverse hulzen, manteldelen en inschoten aangetroffen. [slachtoffer 1] is niet in het lichaam geraakt, maar in zijn jas zijn twee kogelgaten aangetroffen. [slachtoffer 2] is daarop achter de schutter aangerend, op welk moment wederom werd geschoten door dezelfde schutter. [slachtoffer 2] werd daarbij door een kogel geraakt in zijn buik.
Nadat [slachtoffer 1] en daarna [slachtoffer 2] zijn beschoten, neemt de schutter plaats op de passagiersstoel van de auto die door een donkere man wordt bestuurd. De auto rijdt met hoge snelheid weg. Getuigen [slachtoffer 2], [getuige 1] en [getuige 2] noteren het kenteken van de vluchtauto [AA-00-BB]. Dit kenteken blijkt te horen bij een Honda Civic die diezelfde dag op naam van de verdachte is gesteld, hetgeen door de verdachte is bevestigd.
De verdachte wordt op 8 a p r i l 2011 aangehouden. In de slaapkamer van zijn woning wordt een semi-automatisch pistool met 15 patronen gevonden. Het betreft een wapen en munitie van categorie III in de zin van de Wet wapens en munitie. Het wapen is onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut. Uit dit onderzoek volgt dat de hypothese dat de hulzen en kogels die op de plaats delict zijn aangetroffen met dit pistool zijn verschoten door een deskundige zeer veel waarschijnlijker wordt bevonden dan de hypothese dat de op de plaats delict aangetroffen kogels en hulzen zijn verschoten met een ander pistool. Gelet hierop gaat het hof ervan uit dat het bij de verdachte in zijn slaapkamer gevonden vuurwapen is gebruikt bij de schietpartij.
Uit een analyse van de historische telefoongegevens van de onder verdachte in beslag genomen telefoon met het telefoonnummer 06-[001], waarvan verdachte heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is, volgt dat deze om 23.35 uur - minder dan een kwartier voor de eerste melding van de beschietingen - op of in de buurt van de plaats delict is geweest. Ook de auto van de verdachte is ten tijde van de beschietingen in de buurt van de plaats delict te plaatsen, immers [slachtoffer 2] is met twee andere getuigen direct achter deze auto aangereden en zij hebben tijdens deze achtervolging het kentekennummer telefonisch aan de politie doorgegeven.
(…)
Voorwaardelijk opzet
Ten aanzien van het subsidiaire verweer van de raadsman overweegt het hof als volgt. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op het moment dat hij de twee mannen zag, de latere schutter het vuurwapen reeds in de hand hield en dat deze "blijf staan of ik schiet" heeft geroepen, dat hij toen is gevlucht en is achtervolgd, waarbij de donkere man hem trachtte in te sluiten. Het hof leidt hieruit af dat de verdachte wist dat zijn medeverdachte een vuurwapen had en dat hij heeft gezien dat deze [slachtoffer 1] met het vuurwapen heeft bedreigd. Uit de omstandigheid dat de verdachte vervolgens heeft getracht [slachtoffer 1] in te sluiten blijkt dat de verdachte zich op geen enkel moment heeft gedistantieerd van de gedragingen van zijn medeverdachte.
Gelet op de gedragingen van de verdachte voor, tijdens en na de bedreigingen, zoals uit de verklaring van [slachtoffer 1] volgt, is het hof derhalve van oordeel dat de verdachte het aanmerkelijke risico dat [slachtoffer 1] zou kunnen worden neergeschoten en daarbij het leven zou kunnen verliezen willens en wetens heeft aanvaard. Op grond van het vorenstaande is naar 's hofs oordeel genoegzaam komen vast te staan dat de verdachte en zijn medeverdachte afdoende nauw en bewust hebben samengewerkt zodat er sprake is geweest van medeplegen.”