ECLI:NL:PHR:2014:548

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
15 april 2014
Publicatiedatum
17 juni 2014
Zaaknummer
13/02348
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling voorwaardelijk opzet en medeplichtigheid bij bedreiging met zware mishandeling

In deze zaak is door de advocaat van verdachte een cassatiemiddel voorgesteld dat klaagt over een ontoereikende motivering van het voorwaardelijk opzet van verdachte als medeplichtige aan bedreiging met zware mishandeling.

Het Hof had echter niet alleen vastgesteld dat verdachte wist dat één van de broers die hij met de auto na een zoektocht naar het slachtoffer bracht gewoonlijk een mes bij zich droeg, maar ook dat sprake was van een situatie van levensbelang. Tevens hoorde verdachte dat de broers afspraken om ieder vanaf een andere kant op het slachtoffer af te gaan. Verdachte bleef wachten en bracht de broers na het steekincident thuis, terwijl uit een vertrouwelijk gesprek bleek dat verdachte zijn eigen rol bagatelliseerde.

Gezien deze feitelijke vaststellingen heeft het Hof het voorwaardelijk opzet van verdachte toereikend gemotiveerd aangenomen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat het cassatieberoep evident tevergeefs is voorgesteld en daarom niet-ontvankelijk wordt verklaard op grond van artikel 80a RO.

Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens voldoende motivering van voorwaardelijk opzet en medeplichtigheid.

Conclusie

Nr. 13/02348
Zitting 15 april 2014
Mr. Harteveld
Conclusie inzake:
[verdachte] [1]
1. Mr. R. Pothast, advocaat te Amsterdam, heeft in deze zaak bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
2. Het middel klaagt dat het Hof het voorwaardelijk opzet van verdachte als medeplichtige op bedreiging met zware mishandeling ontoereikend heeft gemotiveerd.
3. Het middel berust op een te beperkte lezing van de bestreden uitspraak. Het Hof heeft niet alleen in aanmerking genomen dat verdachte wist dat één van de twee broers die hij met de auto na een zoektocht naar [slachtoffer] bracht gewoonlijk een mes bij zich droeg, maar ook (onder meer) dat het ging om ‘een situatie van levensbelang’ en dat hij hoorde dat de broers afspraken om ieder vanaf een andere kant op die [slachtoffer] af te gaan. Verdachte is blijven wachten en heeft de broers na het steekincident thuis gebracht, terwijl voorts uit een opgenomen vertrouwelijk gesprek tussen de broers blijkt dat verdachte zijn eigen rol heeft gebagatelliseerd. Tegen de achtergrond van deze feitelijke vaststellingen van het Hof is het aangenomen (ten minste voorwaardelijk) opzet toereikend gemotiveerd.
4. Het middel is evident tevergeefs voorgesteld.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met nr. 13/04115 ([medeverdachte 1]) en nr. 13/02671 ([medeverdachte 3]), in welke zaken ik