ECLI:NL:PHR:2014:57

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
28 januari 2014
Publicatiedatum
18 februari 2014
Zaaknummer
12/05090
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en verwijzing wegens onvoldoende strafmotivering bij winkel-diefstal

De verdachte is door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken wegens winkeldiefstal. Namens de verdachte is cassatie ingesteld met het middel dat de straf onvoldoende is gemotiveerd. Het hof motiveerde de straf met een algemene verwijzing naar aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden, maar gaf geen specifieke redenen voor de keuze van de vrijheidsbenemende straf.

De Hoge Raad oordeelt dat deze motivering niet voldoet aan de eisen van artikel 359, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering, waarin expliciet wordt verlangd dat de redenen voor de keuze van een vrijheidsbenemende straf worden vermeld. Dit is essentieel voor de controleerbaarheid van de strafoplegging.

Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en de motivering daarvan. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en beslissing over de straf. De overige onderdelen van het arrest blijven in stand.

Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd vanwege onvoldoende strafmotivering en verwezen voor hernieuwde beoordeling van de strafoplegging.

Conclusie

Nr. 12/05090
Mr. Jörg
Zitting 28 januari 2014
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Bij arrest van 30 oktober 2012 is de verdachte door het Gerechtshof Arnhem wegens (winkel)diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken.
2. Namens de verdachte heeft mr E.D. van Elst, advocaat te Veenendaal, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.
3. Het middel bevat de klacht dat het Hof de straf onvoldoende heeft gemotiveerd.
4. Het hof heeft de opgelegde straf die vrijheidsbeneming medebrengt als volgt gemotiveerd:
“De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken."
5. Het middel is terecht voorgesteld omdat bovenstaande overwegingen, in strijd met het zesde lid van art. 359 Sv Pro, geen opgave bevatten van de redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf (vgl. onder veel meer HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8747).
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beslissing, maar alleen ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan, en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Waarnemend A-G