Conclusie
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte is door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken wegens winkeldiefstal. Namens de verdachte is cassatie ingesteld met het middel dat de straf onvoldoende is gemotiveerd. Het hof motiveerde de straf met een algemene verwijzing naar aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden, maar gaf geen specifieke redenen voor de keuze van de vrijheidsbenemende straf.
De Hoge Raad oordeelt dat deze motivering niet voldoet aan de eisen van artikel 359, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering, waarin expliciet wordt verlangd dat de redenen voor de keuze van een vrijheidsbenemende straf worden vermeld. Dit is essentieel voor de controleerbaarheid van de strafoplegging.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en de motivering daarvan. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en beslissing over de straf. De overige onderdelen van het arrest blijven in stand.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd vanwege onvoldoende strafmotivering en verwezen voor hernieuwde beoordeling van de strafoplegging.