ECLI:NL:PHR:2014:61
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en noodweer bij poging doodslag in hoger beroep
In deze zaak stond de vraag centraal of de verdachte zich schuldig had gemaakt aan poging tot doodslag door het slachtoffer met kracht tegen de stoeprand of het wegdek te slaan. Het hof had geoordeeld dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer hierdoor zou kunnen overlijden.
De verdediging voerde onder meer aan dat de poging doodslag niet uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid en dat sprake was van noodweer. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn bewijswaardering niet onbegrijpelijk had gemaakt en dat het recht had om de verklaringen van twee getuigen als geloofwaardig te beoordelen.
Het beroep op noodweer werd door het hof verworpen en deze afwijzing werd door de Hoge Raad niet onbegrijpelijk bevonden. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en wees het cassatiemiddel af op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt bevestigd en het beroep op noodweer wordt verworpen.