Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Inleidende opmerkingen
binnen de EUtussen de € 10 en “over € 300”, afhankelijk van de omvang van de dekking. Volgens de brief van het Verbond zou de premie
in Nederlandliggen tussen € 144 en € 306. Men kan zich moeilijk voorstellen dat rechtsbijstandverzekeraars binnen Europa allemaal de rechtspraak van het Hof van Justitie zouden hebben gemist of hebben genegeerd. [3] Anders gezegd: het lijkt niet onaannemelijk dat in de
bestaande dekkingenen de premiestelling daarvoor ten minste voor een deel rekening is gehouden met de uit de richtlijn voortvloeiende rechten van verzekerden. Bij die stand van zaken behoeft gedegen en gedetailleerde toelichting waarom de premies wezenlijk zouden moeten stijgen wanneer het standpunt van DAS onjuist zou worden bevonden. Ik heb op dat punt evenwel niets (laat staan iets nuttigs) aangetroffen. [4] Ik zeg daarmee niet en suggereer evenmin dat de stelling niet juist is; slechts dat zij te vaag is.
in deze zaakmosterd na de maaltijd. De prejudiciële vragen zijn beantwoord en daarmee is de manoeuvreerruimte van de nationale rechter verdwenen. [6]
feitelijkeonderbouwing [8] van de noodzaak om oplossingen te bedenken. Bij noodzaak heb ik dan het oog op behoud van het op zich maatschappelijk nuttige fenomeen rechtsbijdtandverzekeringen voor redelijk betaalbare premies. Voor de onderhavige zaak is de race, als gezegd, gelopen.