Conclusie
5.Genoegzaamheid van stukken
Parket bij de Hoge Raad
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba had geconcludeerd dat uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten niet toelaatbaar was, omdat het aangeleverde bewijsmateriaal onvoldoende zou zijn volgens artikel 9 lid 3 sub b van Pro het Uitleveringsverdrag.
De advocaat-generaal bij het Hof stelde cassatie in tegen dit oordeel, stellende dat het Hof ten onrechte eiste dat het bewijsmateriaal waarnaar in de affidavit werd verwezen, expliciet moest worden overgelegd, terwijl de praktijk is dat alleen de affidavit wordt gevoegd.
De Hoge Raad bevestigt dat het uitleveringsverdrag niet vereist dat het meest authentieke bewijsmateriaal wordt overgelegd en dat 'de auditu'-bewijs in de vorm van een affidavit toereikend kan zijn. Het oordeel van het Hof berust op een onjuiste rechtsopvatting en wordt vernietigd.
De zaak wordt terugverwezen naar het Gemeenschappelijk Hof voor hernieuwde beoordeling van het uitleveringsverzoek op basis van de juiste rechtsopvatting. Hierdoor blijft de uitlevering open voor heroverweging zonder inhoudelijke beoordeling van de feiten door de Hoge Raad.
Uitkomst: Het advies van het Gemeenschappelijk Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.