ECLI:NL:PHR:2014:638

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2014
Publicatiedatum
1 juli 2014
Zaaknummer
13/03445
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-tijdig indienen middelen

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens diefstal met geweld en afpersing, gepleegd door meerdere personen. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld door verdachte.

De aanzegging van het cassatieberoep is op 30 december 2013 aan verdachte persoonlijk betekend en op 3 januari 2014 aan zijn raadsman medegedeeld. Echter, namens verdachte zijn geen middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijk gestelde termijn van twee maanden na betekening van de aanzegging.

Op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro leidt het niet tijdig indienen van een schriftuur houdende middelen van cassatie tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Daarom concludeert de Procureur-Generaal dat verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet-tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 13/03445
Zitting: 3 juni 2014
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 27 juni 2013 verdachte wegens 1 primair “diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” en wegens 2 primair “afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en verdachte, ten behoeve van de benadeelde partij, een betalingsverplichting jegens de Staat opgelegd.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld. [1]
3. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is blijkens de akte van uitreiking op 30 december 2013 aan de verdachte in persoon betekend. Aan de raadsman van verdachte is op 3 januari 2014 een mededeling van die betekening verzonden. Namens verdachte zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Ingevolge art. 437 lid 2 Sv Pro, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv Pro door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met de zaak 13/06187, waarin ik vandaag eveneens concludeer.