ECLI:NL:PHR:2014:658

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2014
Publicatiedatum
2 juli 2014
Zaaknummer
14/00250
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieberoep tegen bewezenverklaring op basis van DNA-bewijs bij overval

In deze zaak is een cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor betrokkenheid bij een overval. Het cassatieberoep betwist de motivering van de bewezenverklaring, stellende dat het enkele feit dat DNA van verdachte op een bij de overval gebruikte bivakmuts is aangetroffen onvoldoende is om tot bewezenverklaring te komen.

De Hoge Raad overweegt echter dat het DNA-bewijs niet als een enkelvoudig feit moet worden gezien, maar in samenhang met andere bewijsstukken door het hof is beoordeeld. Hierdoor is het middel kansloos. Daarnaast klaagt verdachte over schending van de redelijke termijn, maar wordt dit belangeloos verklaard.

Het cassatieberoep wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard omdat het middel geen kans van slagen heeft. De zaak hangt samen met een andere zaak van een medeverdachte waarin eveneens een conclusie is genomen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het middel geen kans van slagen heeft.

Conclusie

Nr. 14/00250
Mr. Vegter
Zitting 10 juni 2014
Standpunt/conclusie inzake:
[verdachte] [1]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden van 19 april 2013. Er is tijdig een schriftuur ingekomen.
2. Het
eerste middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring en berust op de stelling dat het enkele feit dat er DNA van verdachte op een bij de overval gebruikte bivakmuts is aangetroffen onvoldoende is voor een bewezenverklaring. Er is geen twijfel over dat het gestelde ‘enkele feit’ onvoldoende is, maar van een enkel feit is gelet op de bewijsvoering van het Hof geen sprake. Het middel is kansloos en het
tweede middeldat klaagt over schending van de redelijke termijn deelt bij gebrek aan belang in dat lot.
3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie nu het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met de zaak [medeverdachte] (13/02285) waarin vandaag eveneens concludeer.