Conclusie
[de man],
[de vrouw],
nr. 13stelt dat de Raad voor de Kinderbescherming positief is over het tot stand brengen van omgang tussen vader en kinderen, mist het feitelijke grondslag: de Raad was aanvankelijk positief over een proefregeling, maar adviseerde door de houding en het gedrag van vader tijdens de proefomgang uiteindelijk negatief. [1]
klachten in nr. 10, 11 en 13lopen hierop stuk.
nr. 12miskent dat de Raad wel degelijk door het Hof is gekend, maar dat de Raad heeft laten weten niet ter zitting in hoger beroep te zullen verschijnen. De Raad had zijn standpunt reeds in eerste aanleg toegelicht.
nr. 13nog betoogt dat op andere gronden verdragsbepalingen zijn geschonden, faalt zij wegens het ontbreken van een toelichting op hoe welk artikel door welke beslissing van het Hof geschonden zou zijn.