ECLI:NL:PHR:2014:721

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 mei 2014
Publicatiedatum
14 juli 2014
Zaaknummer
13/02439
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken middelen in strafzaak

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak. De raadsman van verdachte heeft wel tijdig beroep in cassatie ingesteld, maar heeft geen middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk.

In de met de strafzaak samenhangende ontnemingszaak is geen cassatieschrift ingediend, waardoor betrokkene in die zaak eveneens niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Hoge Raad merkt de ingediende schriftuur aan als betrekking hebbend op de strafzaak en niet op de ontnemingszaak.

De Procureur-Generaal concludeert tot niet-ontvankelijkheid in beide zaken. De Hoge Raad volgt deze conclusie en wijst het beroep af op grond van artikel 81, lid 1, van het Wetboek van Rechtsvordering.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van middelen van cassatie binnen de wettelijke termijn.

Conclusie

Nr. 13/02439
Zitting: 20 mei 2014
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[verzoeker = verdachte]
1. Namens verzoeker is beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 maart 2013.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 13/01880, 13/02441P, 13/02439, 13/02509, 13/03295P en 13/03305P. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verzoeker niet-ontvankelijk in het cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van verzoeker in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG