Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
p. 4, derde alinea) aanvoert, is geen sprake van rechtsweigering nu het hof grief 1 heeft behandeld in rov. 3.9.4 en, ten overvloede, in rov. 4.13.1. Deze klacht mist feitelijke grondslag en faalt.
p. 4, tweede alinea) dat het hof “nu eenmaal te beoordelen (had) of de Kantonrechter (bij het tussenvonnis van 23 juni 2010) Club Vital voorshands in de levering van het bewijs van haar stelling geslaagd had moeten achten.” Het oordeel van het hof dat het in hoger beroep moest toetsen of [betrokkene] in de levering van het bewijs geslaagd geacht kan worden zou daarom onjuist of onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd zijn.
p. 4, vierde alinea) dat in hoger beroep een andere uitkomst mogelijk was geweest indien het hof grief 1 had behandeld en geslaagd had geacht, omdat Club Vital (c.q. haar rechtsopvolgster) dan in een gunstiger positie zou hebben verkeerd. Blijkens de niet bestreden oordelen in rov. 4.10.2 t/m 4.10.5 en 4.13.1 is die veronderstelling onjuist.