In deze zaak heeft het Gerechtshof te ’s-Gravenhage bij arrest het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld en ontneming daarvan opgelegd aan de betrokkene. Namens de betrokkene zijn vier cassatiemiddelen ingediend, waarvan het eerste middel klaagt over de afwijzing van een verzoek tot het horen van diverse getuigen.
Tijdens de terechtzitting van 29 april 2011 heeft de raadsman gebruikgemaakt van pleitnotities en schriftelijke verklaringen van getuigen, die aan het hof zijn overgelegd. Deze stukken ontbreken echter in de aan de Hoge Raad toegezonden stukken, waardoor niet kan worden vastgesteld of het verzoek tot het horen van getuigen is gedaan en hoe dit is onderbouwd.
De griffier van het hof heeft bevestigd dat deze pleitnotities verloren zijn geraakt. Dit verzuim is van dien aard dat het strijdig is met een behoorlijke procesorde en onherstelbaar is, waardoor nietigheid van het onderzoek en de uitspraak volgt.
De Procureur-Generaal concludeert daarom tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor een nieuwe behandeling van het beroep. Een inhoudelijke bespreking van de overige middelen acht hij achterwege kunnen blijven.