ECLI:NL:PHR:2014:95
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van hoger beroep tegen afwijzing gedwongen schuldregeling bij toelating schuldsaneringsregeling
Verzoekster diende bij de rechtbank een verzoek in tot toelating tot de schuldsaneringsregeling en een verzoek tot oplegging van een gedwongen schuldregeling. De rechtbank wees het verzoek tot gedwongen schuldregeling af, maar wees het toelatingsverzoek tot de schuldsaneringsregeling toe. Het gerechtshof verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot gedwongen schuldregeling, omdat zij inmiddels was toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.
Verzoekster stelde in cassatie dat het oordeel van het hof in strijd was met artikel 322 Faillissementswet Pro, de devolutieve werking van het hoger beroep en de strekking van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De Hoge Raad verwees naar een eerder arrest waarin deze ontvankelijkheidsvraag ontkennend werd beantwoord en bevestigde dat het hof terecht de niet-ontvankelijkheid had vastgesteld.
De Hoge Raad oordeelde dat de strekking van de wettelijke regeling en de devolutieve werking van het hoger beroep niet verhinderen dat het hof een schuldenaar niet-ontvankelijk verklaart indien hij reeds is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. De klachten van verzoekster konden niet tot cassatie leiden, waarna de Procureur-Generaal concludeerde tot toepassing van artikel 80a lid 1 RO.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat een schuldenaar niet ontvankelijk is in hoger beroep tegen afwijzing van een gedwongen schuldregeling indien hij reeds is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.