Conclusie
“medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel onder B van de Opiumwet gegeven verbod”en
“mishandeling, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, onder aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro.
middelklaagt over het onder 1 bewezenverklaarde medeplegen (van het opzettelijk telen van hennep).
dat verdachte de mensen geregeld heeft die voor zijn toenmalige vriendin de plantage hebben aangelegd en dat de betaling voor de hennepplantage aan verdachtes toenmalige vriendin via verdachte liep,” waren voor het hof doorslaggevend voor zijn oordeel dat de verdachte het onderwerpelijke delict heeft medegepleegd.
medeplegenvan het
telenvan hennep, welk delict een bewuste en nauwe samenwerking met een ander vergt, gericht op dit
telenvan hennep.
tezamenmet de voornoemde voorbereidingshandeling ’s hofs oordeel over het medeplegen alsnog begrijpelijk maakt. Ik ben geneigd deze vraag ontkennend te beantwoorden.