Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat de bewezenverklaring niet voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt.
tweede middelwordt geklaagd dat het hof verdachte ten onrechte voor eenzelfde feit andermaal heeft gestraft.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of het openbaar ministerie ontvankelijk was in de strafvervolging tegen verdachte, die tevens een onherroepelijke verplichting tot deelname aan het alcoholslotprogramma (ASP) had opgelegd gekregen voor hetzelfde feit: de weigering mee te werken aan een ademonderzoek.
De Hoge Raad herhaalde eerdere overwegingen dat dubbele vervolging in strijd is met de beginselen van een goede procesorde en kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM. Hoewel het hof het OM ontvankelijk had verklaard, bleek uit nader onderzoek dat verdachte inderdaad onherroepelijk tot deelname aan het ASP was verplicht gesteld voor hetzelfde feitencomplex.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest en verklaarde het OM niet-ontvankelijk in de vervolging. Tevens werd de zaak afgedaan zonder verdere behandeling. De uitspraak bevestigt dat het opleggen van een ASP en strafvervolging voor hetzelfde feit niet naast elkaar kunnen bestaan zonder schending van het ne bis in idem-beginsel.
Verder oordeelde de Hoge Raad over bewijs en vormverzuimen, waarbij het ontbreken van een handtekening op een proces-verbaal niet leidde tot bewijsuitsluiting, mits het document voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. De bewezenverklaring van de weigering mee te werken aan het ademonderzoek werd daarmee bevestigd.
Deze uitspraak verduidelijkt de procedurele rechten van verdachten in ASP-zaken en benadrukt het belang van het voorkomen van dubbele bestraffing in het strafrecht.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens dubbele vervolging met betrekking tot het alcoholslotprogramma en de strafvervolging voor weigering ademonderzoek.