Conclusie
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift omdat het beslag op een VW Passat was beëindigd door vernietiging van de auto, conform artikel 134 lid 2 onder Pro c Sv. Klager stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad overweegt dat hoewel de auto fysiek is vernietigd en naar de sloop is gegaan, het beslag op de opbrengst van de auto, een bedrag van €245,-, blijft voortduren op grond van artikel 117 lid 4 Sv Pro. Hierdoor is het oordeel van de rechtbank dat het beslag is geëindigd onjuist.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij het beslag op de opbrengst van de auto in acht moet worden genomen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verwijst de zaak terug wegens voortduren van beslag op de opbrengst.