Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten
3.2 Vrachtkosten
3.Geding in feitelijke instanties
4.Het geding in cassatie
5.De douanewaarde: bijtelling voor ‘kosten van vervoer’
EC Customs Law: [18]
Zollkodex [21] opmerkt (cursivering MvH):
wenn diese Kosten nicht bereits im Preis enthalten sind.”
kosten van vervoeren verzekering van de ingevoerde goederen en
door de koper werkelijk gemaakte kosten zijn, ook wanneer zij leiden tot vaststelling van een ‘normale prijs’ die hoger is dan de cif-prijs voor dezelfde goederen bij aanvoer met een gebruikelijker vervoermiddel;”
wienskosten bedoeld zijn in deze bepaling.
door de kopervoor de goederen te betalen prijs. In gevallen waarin in de koopprijs kosten van vervoer zijn verdisconteerd, zullen dit ook de kosten zijn die de koper betaalt. In dit licht lijkt het mij dat de kosten die moeten worden bijgeteld indien in de transactieprijs (nog) geen vergoeding voor het vervoer is begrepen, moeten worden gesteld op het bedrag dat de koper van de goederen (de importeur) betaalt, met andere woorden: de kosten die de importeur voor het vervoer draagt. De omschrijving van andere ‘bijtelelementen’ van artikel 32, lid 1, van het CDW, wijst ook op deze uitlegging. Zo worden op grond van onderdeel a, de kosten van commissies, verpakken en verpakking bij de werkelijk betaalde prijs geteld
koperdeze als voorwaarde voor de verkoop moet betalen.
totale door de importeur betaalde of te betalen vervoerkostenwordt afgetrokken.