ECLI:NL:PHR:2015:1361

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juni 2015
Publicatiedatum
27 juli 2015
Zaaknummer
14/02263
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring openbaar ministerie in cassatieberoep mensenhandel

Verdachte is bij arrest van 22 november 2013 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot 127 dagen gevangenisstraf wegens mensenhandel gepleegd door twee of meer verenigde personen. Het openbaar ministerie stelde op 6 december 2013 beroep in cassatie in tegen dit arrest. Volgens artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering moet het openbaar ministerie binnen een maand na verzending van de aanzegging een schriftuur houdende middelen indienen bij de Hoge Raad. Hoewel de aanzegging op 21 november 2013 werd verzonden, werd binnen de gestelde termijn geen schriftuur ingediend. Hierdoor is het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep. De conclusie van de advocaat-generaal strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.

Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur.

Conclusie

Nr. 14/02263
Zitting: 2 juni 2015
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[verdachte]
Verdachte is bij arrest van 22 november 2013 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd” veroordeeld tot 127 dagen gevangenisstraf.
Er bestaat samenhang tussen de zaken 13/06074, 13/06193, 14/00001, 14/02137, 14/02142 en 14/02144. In de zaken 13/06193 en 14/02137 is het cassatieberoep ingetrokken. In de overige zaken zal ik vandaag concluderen.
Het openbaar ministerie heeft op 6 december 2013 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 21 november 2013 verzonden. Art. 437, eerste lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen een maand na verzending van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door het openbaar ministerie een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, eerste lid, Sv is geen schriftuur bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG