ECLI:NL:PHR:2015:1491
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad corrigeert kennelijke misslag bij berekening wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam bij arrest van 22 januari 2014 het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene vastgesteld op € 901.995,29. Na aftrek van € 15.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn legde het Hof een betalingsverplichting van afgerond € 886.900 op aan de betrokkene.
Namens de betrokkene werd cassatie ingesteld met het middel dat het Hof door een optelfout het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel te hoog had vastgesteld. De Hoge Raad constateert dat het totaal van de onder 'Andere uitgaven' genoemde bedragen niet f 1.658.021,78 bedraagt, maar f 1.495.051,69. Hierdoor is het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel met € 73.952,60 te hoog vastgesteld.
De Hoge Raad corrigeert het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel naar € 828.042,69 en de betalingsverplichting naar € 813.000 na aftrek van de termijnoverschrijding. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor zover het de hoogte van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting betreft en wijst het verdere oordeel aan zichzelf toe.
De Hoge Raad benadrukt dat een kennelijke misslag zich bij uitstek leent voor herstel door het Hof zelf, omdat het om een onmiddellijk kenbare fout gaat die eenvoudig kan worden hersteld, wat de voorkeur verdient om duidelijkheid te scheppen over de tenuitvoerlegging van de beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad corrigeert het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting wegens een kennelijke optelfout.