ECLI:NL:PHR:2015:1589

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2015
Publicatiedatum
24 augustus 2015
Zaaknummer
13/03778
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 447 SvArt. 552a SvArt. 588 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring in cassatie wegens niet-indienen schriftuur na conservatoir beslag

Klaagster had bij de Rechtbank Oost-Brabant een beklag ingediend ex artikel 552a Sv tegen het conservatoir beslag op twee auto's, gelegd op 3 april 2012. De rechtbank verklaarde dit beklag bij beschikking van 5 april 2013 ongegrond. Tegen deze beschikking stelde klaagster cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De aanzegging van het cassatieberoep werd rechtsgeldig betekend op 16 augustus 2013 op het toen geldende adres van klaagster. Echter heeft klaagster niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn een schriftuur met de middelen van cassatie door een raadsman ingediend, zoals vereist op grond van artikel 447, vijfde lid, Sv.

Hierdoor kon klaagster niet in haar cassatieberoep worden ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klaagster in het cassatieberoep. Deze zaak hangt samen met zes andere beklagzaken die eveneens in cassatie aanhangig zijn.

Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens het niet indienen van een schriftuur binnen de wettelijke termijn.

Conclusie

Nr. 13/03778 B
Zitting: 23 juni 2015
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[klaagster = betrokkene]
1. De Rechtbank Oost-Brabant heeft bij beschikking van 5 april 2013 het beklag van klaagster ex art. 552a Sv, strekkende tot opheffing van het op 3 april 2012 gelegde conservatoir beslag op twee auto’s en de teruggave daarvan aan klaagster, ongegrond verklaard.
2. Tegen deze beschikking is namens klaagster cassatieberoep ingesteld. [1] Er is geen schriftuur ingediend.
3. De aanzegging in cassatie is op 16 augustus 2013 op het destijds geldende GBA-adres van klaagster aan klaagster in persoon uitgereikt. Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, sub 1, rechtsgeldig betekend.
4. Nu de klaagster niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 447, vijfde lid, Sv niet in acht genomen, zodat de klaagster niet in haar cassatieberoep kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klaagster in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met zes andere beklagzaken (in cassatie aanhangig onder de nummers: 13/01972; 13/02002; 13/03791; 13/03782; 13/03784 en 13/03790). In die andere zes zaken zal ik vandaag ook concluderen.