ECLI:NL:PHR:2015:1589
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring in cassatie wegens niet-indienen schriftuur na conservatoir beslag
Klaagster had bij de Rechtbank Oost-Brabant een beklag ingediend ex artikel 552a Sv tegen het conservatoir beslag op twee auto's, gelegd op 3 april 2012. De rechtbank verklaarde dit beklag bij beschikking van 5 april 2013 ongegrond. Tegen deze beschikking stelde klaagster cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De aanzegging van het cassatieberoep werd rechtsgeldig betekend op 16 augustus 2013 op het toen geldende adres van klaagster. Echter heeft klaagster niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn een schriftuur met de middelen van cassatie door een raadsman ingediend, zoals vereist op grond van artikel 447, vijfde lid, Sv.
Hierdoor kon klaagster niet in haar cassatieberoep worden ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klaagster in het cassatieberoep. Deze zaak hangt samen met zes andere beklagzaken die eveneens in cassatie aanhangig zijn.
Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens het niet indienen van een schriftuur binnen de wettelijke termijn.