Conclusie
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond het conservatoir beslag op vier personenauto’s centraal, gelegd in het kader van een strafrechtelijk financieel onderzoek tegen klager, die wordt verdacht van witwassen. De Rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beklag van klager gegrond en gelastte teruggave van de auto's, omdat zij oordeelde dat voortzetting van het beslag niet noodzakelijk was voor voordeelsontneming.
Het openbaar ministerie stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking. De Hoge Raad herhaalt dat bij een klaagschrift ex art. 552a Sv tegen beslag de rechter moet toetsen of het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later een betalingsverplichting zal opleggen. De Rechtbank had daarnaast een onderzoek naar proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag verricht, wat volgens de Hoge Raad niet vereist is, maar indien wel gedaan, moet de motivering daarvan voldoende inzicht geven.
De Hoge Raad oordeelt dat de Rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het beslag op de auto's disproportioneel zou zijn, met name omdat niet duidelijk is gemaakt hoe de waarde van het beslag zich verhoudt tot het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel en de waarde van het onroerend goed waarop beslag ligt. Hierdoor ontbreekt inzicht in de gedachtegang van de Rechtbank, waardoor de motivering ontoereikend is.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beslissing met een deugdelijke motivering over de proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens onvoldoende motivering over proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag.