Conclusie
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
Klager was verdachte in een witwaszaak en had conservatoir beslag op een Mercedes-Benz met kenteken AA-00-BB. Hij diende een klaagschrift in tegen het beslag, stellende dat het beslag niet rechtsgeldig was en dat er geen wederrechtelijk voordeel was. De Rechtbank Oost-Brabant verklaarde het klaagschrift ongegrond, oordelend dat het beslag rechtsgeldig was en dat er een redelijke verdenking bestond.
Tijdens de procedure bleek aanvankelijk onduidelijkheid over wie de beslagene was en ontbraken stukken, maar later werd een kennisgeving van inbeslagneming opgemaakt waarin de Mercedes expliciet onder klager in beslag werd genomen. Klager stelde dat het openbaar ministerie tekort was geschoten in het tijdig aanleveren van stukken, maar de rechtbank vond dat dit niet leidde tot teruggave van de auto.
Het cassatieberoep richtte zich op de rechtsgeldigheid van het beslag en het niet tijdig aanleveren van stukken. De Hoge Raad oordeelde dat het verzuim van het OM de rechtsgeldigheid niet aantast en dat het beroep onvoldoende gronden bevatte. Daarom werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het conservatoir beslag op de Mercedes blijft gehandhaafd.