ECLI:NL:PHR:2015:1593

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2015
Publicatiedatum
24 augustus 2015
Zaaknummer
13/03791
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 447, vijfde lid, Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen schriftuur

De Rechtbank Oost-Brabant wees bij beschikking van 12 juli 2013 het beklag van klaagster ex art. 552a Sv af, waarmee het beslag op haar auto werd gehandhaafd.

Klaagster stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De aanzegging van het cassatieberoep werd op 15 augustus 2013 aan het opgegeven kantooradres van haar advocaat uitgereikt en aangenomen.

Echter, klaagster heeft niet binnen de wettelijke termijn een schriftuur met cassatiemiddelen ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan het voorschrift van art. 447, vijfde lid, Sv, waardoor zij niet in haar cassatieberoep kan worden ontvangen.

De Procureur-Generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van klaagster in het cassatieberoep. De zaak hangt samen met zes andere beklagzaken die gelijktijdig worden behandeld.

Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van een schriftuur.

Conclusie

Nr. 13/03791 B
Zitting: 23 juni 2015
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[klaagster = betrokkene]
1. De Rechtbank Oost-Brabant heeft bij beschikking van 12 juli 2013 het beklag van klaagster ex art. 552a Sv, strekkende tot opheffing van het op 3 april 2012 gelegde beslag op een auto (Mercedes met kenteken [AA-00-BB]) en de teruggave daarvan aan klaagster, ongegrond verklaard.
2. Tegen deze beschikking is namens klaagster cassatieberoep ingesteld. [1]
3. De aanzegging in cassatie is op 15 augustus 2013 aan het in de cassatieakte opgegeven adres uitgereikt en aangenomen. Het betreft het (gekozen) kantooradres van mr. J.M.J.H. Coumans, een van de advocaten die klaagster bij de Rechtbank bijstond. [2] Een schriftuur is niet binnengekomen. [3]
4. Nu klaagster niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 447, vijfde lid, Sv niet in acht genomen, zodat de klaagster niet in haar cassatieberoep kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klaagster in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met zes andere beklagzaken (in cassatie aanhangig onder de nummers: 13/01972; 13/02002; 13/03778; 13/03782; 13/03784 en 13/03790). In die andere zes zaken zal ik vandaag ook concluderen.
2.Dat blijkt uit het processen-verbaal van aanhouding van 5 april en 14 juni 2013. Bij de daarop volgende raadkamerbehandeling van 12 juli 2013 verscheen mr. M. IJsseldijk als uitdrukkelijk gemachtigde raadsman van klaagster. Mr. IJsseldijk is ook de advocaat die namens klaagster het cassatieberoep heeft ingesteld en als adres van klaagster (alleen) het bedoelde kantooradres opgaf.
3.Wel heeft mr. IJsseldijk zich ruim een jaar na de betekening van de aanzegging in cassatie als advocaat gesteld. Hem is toen meegedeeld dat de termijn voor het indienen van een schriftuur inmiddels was verlopen. Reden om enige vorm van actie te ondernemen heeft mr. IJsseldijk daarin kennelijk niet gevonden. Dat in aanmerking genomen, kan naar ik meen over de niet correcte betekening van de aanzegging worden heengestapt.