Conclusie
Het middel
De officier van justitievoert het woord ter gelegenheid van het requisitoir en deelt daarbij haar standpunt mede:
Parket bij de Hoge Raad
Klaagster had op grond van art. 94 Sv Pro beslag op contant geld ontvangen, bestaande uit twee bundels met een geschil over het exacte bedrag: klaagster stelde €24.960,-, het Openbaar Ministerie €24.060,-. Het OM gaf reeds €24.060,- terug, maar klaagster wilde ook de resterende €900,- terug.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beklag gegrond en beval teruggave van €900,-, omdat het verschil niet kon worden verklaard uit de stukken en klaagster het voordeel van de twijfel kreeg. Het OM stelde cassatie in tegen deze beschikking.
De conclusie van de AG bij de Hoge Raad stelt dat de rechtbank een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door niet nader te onderzoeken of het hogere bedrag aannemelijk was. Bovendien ontbraken belangrijke stukken in het dossier, waaronder de kennisgeving van inbeslagneming en een proces-verbaal van bevindingen, waardoor de rechtbank onvoldoende kon motiveren waarom zij het voordeel van de twijfel aan klaagster gaf.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en verwijst de zaak terug of beslist anders passend. De brief waarop klaagsters raadsman zich beriep, kon niet worden achterhaald, waardoor onduidelijk blijft waar het verschil van €900,- vandaan komt.
De zaak benadrukt het belang van een volledig en zorgvuldig procesdossier en een deugdelijke motivering bij beslissingen over beslag en teruggave van geldbedragen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank over de teruggave van €900,- wegens onvoldoende motivering en onvolledig dossier.