ECLI:NL:PHR:2015:1615
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ontvankelijkheid OM en betrouwbaarheid getuigenverklaringen in grote hasjhandelzaak
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin het OM niet-ontvankelijk werd verklaard voor een deel van de tenlastelegging wegens verjaring en verdachte werd vrijgesproken voor de overige feiten. Het hof oordeelde dat de gewijzigde strafrechtelijke bepalingen omtrent strafmaximum en verjaring niet ten gunste van verdachte werkten, waardoor de oude verjaringstermijnen golden en het OM niet ontvankelijk was in de vervolging van feiten gepleegd tussen 2000 en 2003. Tevens stelde het hof hoge eisen aan de betrouwbaarheid van verklaringen van twee getuigen die belastende verklaringen over verdachte hadden afgelegd, en achtte onvoldoende objectief steunbewijs aanwezig om tot een veroordeling te komen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof op het punt van de ontvankelijkheid van het OM. Volgens de Hoge Raad geldt dat wijzigingen in strafrechtelijke verjaringstermijnen en strafmaxima direct van toepassing zijn, tenzij de verjaring al voltooid was. In deze zaak was de verjaring nog niet voltooid, zodat de nieuwe, langere verjaringstermijnen van toepassing zijn en het OM dus ontvankelijk is. Ten aanzien van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen bevestigt de Hoge Raad dat de feitenrechter een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat een toetsingskader voor betrouwbaarheid niet dwingend is. Het hof mocht de verklaringen met terughoudendheid beoordelen en aanvullende objectieve steun eisen. Het middel dat het hof een onjuist toetsingskader hanteerde wordt verworpen.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af omdat het oordeel van het hof over de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen begrijpelijk is en de vrijspraak op die gronden stand kan houden. Het arrest bevat uitgebreide overwegingen over de toepassing van gewijzigde strafrechtelijke bepalingen op verjaring en de wijze van toetsing van getuigenverklaringen, waarbij de Hoge Raad bevestigt dat strafrechtelijke wijzigingen direct werken en dat de feitenrechter een ruime waarderingsvrijheid heeft bij bewijs.
De zaak illustreert de complexiteit van strafrechtelijke vervolging bij grote hoeveelheden drugs, de rol van verjaring en de zorgvuldigheid bij de beoordeling van getuigenverklaringen, zeker wanneer deze pas jaren na de feiten zijn afgelegd en mogelijk beïnvloed zijn door eerdere verklaringen of belangen. Het arrest benadrukt het belang van rechtszekerheid en de grenzen van toetsing in cassatie.
Uitkomst: Het OM is ontvankelijk in de vervolging, maar verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.