ECLI:NL:PHR:2015:1653
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Conclusie Procureur-Generaal inzake onvoldoende belang cassatieberoep
In deze zaak heeft de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep niet ontvankelijk moet worden verklaard. Na grondige bestudering van de aangevoerde klachten is geoordeeld dat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld onvoldoende belang heeft bij de behandeling ervan, dan wel dat de klachten klaarblijkelijk niet kunnen leiden tot cassatie.
De conclusie is gebaseerd op een zorgvuldige analyse van de processtukken en de relevante rechtsregels, waaronder artikel 80a van het Wetboek van Rechtsvordering. De Procureur-Generaal acht het niet noodzakelijk dat de Hoge Raad de klachten inhoudelijk behandelt, omdat deze niet aan de vereisten voor cassatie voldoen.
Deze conclusie betekent dat het cassatieberoep naar verwachting zal worden verworpen zonder inhoudelijke behandeling, hetgeen een snelle afdoening van de procedure bevordert en voorkomt dat de Hoge Raad zich bezighoudt met ongegronde klachten.
De zaak betreft een procedure waarin het belang van de appellant centraal staat, maar dit belang wordt door de Procureur-Generaal als onvoldoende aangemerkt om cassatie te rechtvaardigen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet in behandeling genomen wegens onvoldoende belang of niet-geschiktheid van de klachten.