Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
wistvan de precieze bestemming van het litigieuze bedrijfspand en de mogelijke problemen die [verweerder] van de zijde van de gemeente zou kunnen ondervinden indien met het oog op de inrichting van het gehuurde als Italiaans restaurant een verbouwing van het gehuurde nodig zou zijn. Iedere verdere beslissing – waaronder een beslissing op een grief met betrekking tot het beroep van Inbev op een in de huurovereenkomst opgenomen exoneratie – is aangehouden tot na de uitkomst van de bewijsopdracht.
3.Inleiding
4.Bespreking van de klachten in het principale beroep
onderdeel 1.2, zo dat het zich richt tegen rov. 4.5. Wanneer Uw Raad dat anders leest, voldoet het niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv Pro. omdat dan niet duidelijk is tegen welk oordeel het opkomt.
hoofdhuurder is. Dat laatste ziet de klacht over het hoofd.
onderdeel 2.1). Het Hof zou eraan voorbij zijn gegaan dat (i) [verweerder] een professionele, deskundige partij is en dat (ii) met [verweerder] uitdrukkelijk is overeengekomen dat, kort gezegd, de geschiktheid van de gemeentelijke bestemming van het pand in zijn risicosfeer ligt (
onderdelen 2.2 - 2.4).
Bij de aanvangvan de huurovereenkomst”? Waarom gold dat
opnieuwvoor een huurder die in de plaats trad voor de oude?
mogelijke problemendie [verweerder] van de zijde van de gemeente zou kunnen ondervinden” (rov. 4.5 eerste volzin in fine; cursivering toegevoegd). Dat oordeel wordt in cassatie niet bestreden.
5.Bespreking van de incidentele klachten
onderdelen 2.4 - 2.8– hetgeen onder 2.2 en 2.3 staat, behelst een inleiding - klagen over de door het Hof aangenomen terugbetalingsverplichting. Volgens [verweerder] heeft het Hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, althans een onvoldoende gemotiveerde gedachtegang omdat eerst nog beslist moet worden op zijn schadevergoedingsvordering en terugbetalingsverplichting aan Inbev. Daarvan hangt af of hij zich al dan niet op opschorting of verrekening zal kunnen beroepen.
onderdelen 2.9 - 2.13klagen over ’s Hofs oordeel dat het door [verweerder] terug te betalen bedrag met wettelijke rente vanaf de datum van de vernietiging moet worden vermeerderd. Het wijst erop dat niet is gebleken van enige ingebrekestelling van Inbev, terwijl evenmin kan worden gezegd dat [verweerder] het ontvangen te kwader trouw heeft aangenomen.
6.Afhandeling
- in het principale beroep tot verwerping met veroordeling van Inbev in de kosten;
- in het incidentele beroep tot vernietiging met reservering van de kosten tot het na verwijzing te wijzen eindarrest;
- tot terugverwijzing naar het Hof Arnhem-Leeuwarden ter verdere behandeling en vooral ook afdoening.