Conclusie
middelbehelst de klacht dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de bevoegdheid voor het nader onderzoek door verbalisanten dat heeft geleid tot het aantreffen van vuurwerk kon worden ontleend aan hun algemene opsporingstaak, ingevolge art. 141 Sv Pro, en dat geen sprake was van vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv.
Beslissing op gevoerd verweer