ECLI:NL:PHR:2015:1783
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motivering vrijheidsbeperkende maatregel bij openlijke geweldpleging
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam een verdachte veroordeeld wegens openlijke geweldpleging en daarbij een taakstraf en een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. De verdachte stelde in cassatie dat de motivering van deze maatregel onvoldoende was, omdat het hof onvoldoende had onderbouwd waarom de maatregel noodzakelijk was.
De Hoge Raad overwoog dat de vrijheidsbeperkende maatregel, geregeld in art. 38v Sr, kan worden opgelegd ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten. Het hof had de maatregel opgelegd ter voorkoming van strafbare feiten en daarbij gewezen op een eerdere veroordeling van de verdachte wegens openlijke geweldpleging. Volgens de Hoge Raad is dit een toereikende motivering, omdat de wet geen bijzondere motiveringseisen stelt.
De verdediging had betoogd dat meer gedetailleerde informatie nodig was over de aard van het geweld en het gedrag van de verdachte om herhalingsgevaar te kunnen aannemen. De Hoge Raad verwierp dit en benadrukte dat de memorie van toelichting slechts aangeeft wanneer oplegging aangewezen kan zijn, maar niet vereist dat de rechter minutieus moet motiveren. De opgelegde maatregel werd passend geacht gezien de ernst van het feit en de omstandigheden, waaronder de eerdere veroordeling en de context van voetbalgerelateerde ongeregeldheden.
Het middel faalt en het beroep wordt verworpen. De uitspraak bevestigt de discretionaire ruimte van de rechter bij het opleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen en de beperkte motiveringseisen die daaraan worden gesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vrijheidsbeperkende maatregel toereikend is gemotiveerd en verwerpt het cassatieberoep.