Conclusie
middelklaagt onder meer dat de Rechtbank bij haar beslissing een onjuiste maatstaf heeft toegepast.
De beoordeling
Parket bij de Hoge Raad
De Rechtbank Limburg verklaarde het beklag van de belanghebbende gegrond en gelastte teruggave van een geldbedrag van € 3.535,80 en het opheffen van het conservatoir beslag op zijn bankrekeningen. De officier van justitie stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking.
De Hoge Raad onderzocht of de rechtbank de juiste toetsingsmaatstaven had toegepast bij de beoordeling van het beklag tegen beslag op grond van art. 94 en Pro 94a Sv. De rechtbank had geoordeeld dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat een veroordeling zou volgen, maar hanteerde daarmee een onjuiste maatstaf.
De Hoge Raad stelde vast dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd had waarom het beslag niet langer gerechtvaardigd was en voorbij was gegaan aan het voorlopige karakter van de beklagprocedure. Daarom werd de beschikking vernietigd en verwezen voor verdere behandeling.
De zaak betreft de juiste toepassing van de maatstaf voor het voortduren van conservatoir beslag en de beoordeling van het belang van de strafvordering in het kader van beklagprocedures.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug wegens toepassing van een onjuiste maatstaf bij het beklag tegen conservatoir beslag.