ECLI:NL:PHR:2015:1873

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2015
Publicatiedatum
17 september 2015
Zaaknummer
14/02384
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid onderzoek door ontbreken pleitnota in hoger beroep

Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor diefstal met geweld en voorbereiding daarvan. Tegen dit arrest is cassatie ingesteld.

In cassatie is aangevoerd dat het onderzoek in hoger beroep nietig is omdat de pleitnota van de raadsman, waarop het verweer was gebaseerd, ontbreekt in de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Navraag bij het Hof bevestigde dat de pleitnota niet meer beschikbaar is.

De Hoge Raad oordeelt dat door het ontbreken van deze pleitnota niet kan worden vastgesteld of de verdediging adequaat is gevoerd, wat strijdig is met een behoorlijke procesorde. Dit leidt tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak.

Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het Hof Amsterdam voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep.

Uitkomst: Vonnis vernietigd wegens ontbreken pleitnota; zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Conclusie

Nr. 14/02384
Mr. G. Knigge
Zitting: 7 juli 2015
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 14 maart 2014 de verdachte ter zake van "diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen", veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaren.
2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft mr. S.B.J. Hiemstra, advocaat te Haarlem, een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 februari 2014 nietig is, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het Hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden.
4. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 28 februari 2014 is aldaar door de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van zijn pleitnotities die door hem aan het Hof zijn overgelegd.
5. De in dit proces-verbaal vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij faxbericht van 12 december 2014 tijdig aan de Rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnotities. Desgevraagd heeft de griffier van het Hof bij brief, ingekomen op 20 februari 2015, de Hoge Raad bericht dat deze pleitnotities niet op het Hof zijn achtergebleven.
6. Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het Hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG