ECLI:NL:PHR:2015:1875
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens schending recht laatste woord verdachte in hoger beroep
Het Gerechtshof Den Haag verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens te late indiening van het appèl. Namens verdachte werd cassatie ingesteld met het middel dat het onderzoek ter terechtzitting nietig is omdat het hof ten onrechte niet het recht aan verdachte heeft gelaten het laatst te spreken, zoals vereist in art. 311 lid 4 Sv Pro.
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting op 6 november 2014 blijkt inderdaad niet dat verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Dit is een voorschrift dat op straffe van nietigheid moet worden nageleefd. De Hoge Raad oordeelt dat deze schending terecht is aangevoerd en leidt tot vernietiging van het arrest.
De zaak wordt terugverwezen naar het Hof Den Haag voor een nieuwe berechting waarbij het recht van verdachte het laatst te spreken in acht wordt genomen. De conclusie van de Procureur-Generaal bevestigt dat het proces niet correct is verlopen en dat het recht op hoor en wederhoor is geschonden.
De procedure illustreert het belang van het naleven van formele procesvoorschriften in strafzaken, met name het waarborgen van het recht van verdachte om het laatst te spreken in hoger beroep. Door deze schending wordt het gehele hoger beroep nietig verklaard en dient het hof opnieuw uitspraak te doen.
Uitkomst: Arrest van het Hof vernietigd wegens schending recht laatste woord verdachte; zaak terugverwezen voor nieuwe berechting.