ECLI:NL:PHR:2015:1875

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2015
Publicatiedatum
17 september 2015
Zaaknummer
15/00070
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SvArt. 27a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens schending recht laatste woord verdachte in hoger beroep

Het Gerechtshof Den Haag verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens te late indiening van het appèl. Namens verdachte werd cassatie ingesteld met het middel dat het onderzoek ter terechtzitting nietig is omdat het hof ten onrechte niet het recht aan verdachte heeft gelaten het laatst te spreken, zoals vereist in art. 311 lid 4 Sv Pro.

Uit het proces-verbaal van de terechtzitting op 6 november 2014 blijkt inderdaad niet dat verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Dit is een voorschrift dat op straffe van nietigheid moet worden nageleefd. De Hoge Raad oordeelt dat deze schending terecht is aangevoerd en leidt tot vernietiging van het arrest.

De zaak wordt terugverwezen naar het Hof Den Haag voor een nieuwe berechting waarbij het recht van verdachte het laatst te spreken in acht wordt genomen. De conclusie van de Procureur-Generaal bevestigt dat het proces niet correct is verlopen en dat het recht op hoor en wederhoor is geschonden.

De procedure illustreert het belang van het naleven van formele procesvoorschriften in strafzaken, met name het waarborgen van het recht van verdachte om het laatst te spreken in hoger beroep. Door deze schending wordt het gehele hoger beroep nietig verklaard en dient het hof opnieuw uitspraak te doen.

Uitkomst: Arrest van het Hof vernietigd wegens schending recht laatste woord verdachte; zaak terugverwezen voor nieuwe berechting.

Conclusie

Nr. 15/00070
Mr. G.Knigge
Zitting: 7 juli 2015
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 6 november 2014 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep nietig is, omdat het Hof ten onrechte niet het recht aan de verdachte heeft gelaten het laatst te spreken.
4. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 6 november 2014 houdt het volgende in:
"(…)
De voorzitter stelt de identiteit van de ter terechtzitting aanwezige verdachte vast op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
(…)
De advocaat-generaal draagt de zaak voor en verzoekt het hof de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep nu er te laat appèl is ingesteld.
De raadsman voert het woord als volgt:
Ik was niet op de hoogte van het feit dat de zaak van de verdachte op 9 juli 2013 zou worden behandeld. Toen ik met de veroordeling van de verdachte werd geconfronteerd heb ik direct hoger beroep ingesteld. De verdachte is daarom - ondanks de overschrijding van de termijn - ontvankelijk in hoger beroep.
Na sluiting van het onderzoek door de voorzitter doet het gerechtshof - na kort onderling beraad - terstond uitspraak.
(…)"
5. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aan de verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in het vierde lid van art. 311 Sv Pro op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen.
6. Het middel is terecht voorgesteld.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG