Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1.2maakt beter dan de rechtsklacht duidelijk, waar [eiser 1] naar toe wil. Zonder nadere redengeving, die ontbreekt, valt volgens het middelonderdeel niet in te zien dat doel en strekking van de op 5 november 2009 uitgesproken veroordeling geen betrekking hebben op het artikel dat (volgens de waarneming van de deurwaarder in het proces-verbaal van 21 november 2012) op de website van Quote verschenen is. Ter toelichting op deze klacht merkt [eiser 1] op dat het vonnis van 5 november 2009 een concreet gegeven bevel bevat om de desbetreffende publicatie te staken en gestaakt te houden. In de redenering van [eiser 1] is sprake van een overtreding van het verbod zodra het gewraakte artikel (door welke oorzaak ook) op de website van Quote te raadplegen is. Hierbij sluiten de motiveringsklachten in de
onderdelen 1.5 en 1.6aan. Deze houden in dat onbegrijpelijk is, waarop de vaststelling van het hof berust dat ook eisers zelf ervan uitgingen dat sprake moet zijn van een actieve en bewuste handeling van de zijde van Quote, wil haar verweten kunnen worden dat zij het bevel heeft overtreden. De omstandigheid dat slechts een technische fout de oorzaak ervan is, dat het gewraakte artikel (na lange tijd verwijderd te zijn geweest) gedurende enige tijd in 2012 wederom via de website van Quote kon worden geraadpleegd, doet volgens de klacht niet af aan het feit dat het bevel is overtreden.
kangeven tot matiging of vermindering van de dwangsom: indien de inbreuk vaststaat, heeft dat feit verbeurte van de dwangsom tot gevolg.
in concretoheeft voorgedaan na de migratie van de website-software van Quote. In de redenering van het hof is het bevel niet overtreden. De slotsom is dat onderdeel 1 niet tot cassatie leidt.
rechtsklacht onder 2.1houdt in dat het hof een verkeerde maatstaf heeft gehanteerd. De verplichting van Quote om zich te houden aan de op 5 november 2009 uitgesproken veroordeling is meer dan een inspanningsverplichting; daarom is volgens [eiser 1] niet relevant of Quote voldoende inspanning en voldoende zorgvuldigheid heeft betracht. De omstandigheid dat het artikel, door welke oorzaak ook, gedurende enige tijd in 2012 via de website van Quote voor het publiek te raadplegen was, dient volgens [eiser 1] zonder meer voor risico van Quote te worden gebracht.
motiveringsklacht onder 2.2faalt, omdat het hof op een voor de lezer inzichtelijke wijze heeft uiteengezet (i) waarom de verst gaande preventieve maatregel (een algehele verwijdering van het gewraakte artikel van de server) niet van Quote is gevergd en kon worden gevergd en (ii) waarom het achterwege blijven van een minder ver gaande maatregel (zoals de in het middelonderdeel bedoelde instructie van Quote aan de betrokken technici om ervoor zorg te dragen dat bij het verplaatsen van bestanden naar de nieuwe software-omgeving de in het verleden voor het publiek ‘onvindbaar’ gemaakte artikelen niet opnieuw raadpleegbaar konden worden) niet aan Quote te verwijten is. Het hof beschouwt deze mogelijkheid van een dergelijke instructie aan de technici kennelijk als ‘wijsheid achteraf’ toen eenmaal was ontdekt dat, als gevolg van de gemaakte technische fout, het ontoegankelijk gemaakte artikel opnieuw voor een ieder toegankelijk was. In dit oordeel ligt besloten dat het hof van oordeel is dat Quote niet erop bedacht had behoeven te zijn dat een dergelijke technische fout gemaakt zou kunnen worden.