ECLI:NL:PHR:2015:1885

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
1 september 2015
Publicatiedatum
17 september 2015
Zaaknummer
13/01879
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet-tijdige indiening middelen

Het Gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden heeft betrokkene bij arrest van 5 april 2013 veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van EUR 23.150,-. Tegen dit arrest is namens betrokkene cassatieberoep ingesteld. Deze zaak hangt samen met andere strafzaken tegen betrokkene en een medeverdachte.

Op 11 maart 2014 is aan betrokkene de aanzegging van artikel 435 van Pro het Wetboek van Strafvordering betekend. De termijn van twee maanden, zoals gesteld in artikel 437 lid 2 Sv Pro, liep af op 12 mei 2014. Echter, binnen deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie door een raadsman ingediend bij de Hoge Raad.

Daarom kan betrokkene niet in cassatie worden ontvangen, hetgeen betekent dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk wordt verklaard. De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert tot niet-ontvankelijkheid van betrokkene in het cassatieberoep.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens niet-tijdige indiening van middelen.

Conclusie

Nr. 13/01879P
Zitting: 1 september 2015
Mr. Bleichrodt
Conclusie inzake:
[betrokkene]
1. Het Gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 5 april 2013 betrokkene ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van EUR 23.150,-.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld. Deze zaak hangt samen met de strafzaak tegen de verdachte (zaaknummer 13/01878) en de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] (zaaknummer 13/01923), waarin ik vandaag eveneens concludeer. [1]
3. Op 11 maart 2014 is aan verdachte de aanzegging van art. 435 Sv Pro betekend. De door het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 12 mei 2014. Een schriftuur houdende middelen van cassatie is niet binnengekomen.
4. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan zij ingevolge art. 437 lid 2 Sv Pro niet in haar cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.De zaak van medeverdachte [medeverdachte] met zaaknummer 13/01362 hangt ook samen met de onderhavige zaak, maar in eerstgenoemde zaak is het cassatieberoep ingetrokken.