ECLI:NL:PHR:2015:1885
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet-tijdige indiening middelen
Het Gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden heeft betrokkene bij arrest van 5 april 2013 veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van EUR 23.150,-. Tegen dit arrest is namens betrokkene cassatieberoep ingesteld. Deze zaak hangt samen met andere strafzaken tegen betrokkene en een medeverdachte.
Op 11 maart 2014 is aan betrokkene de aanzegging van artikel 435 van Pro het Wetboek van Strafvordering betekend. De termijn van twee maanden, zoals gesteld in artikel 437 lid 2 Sv Pro, liep af op 12 mei 2014. Echter, binnen deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie door een raadsman ingediend bij de Hoge Raad.
Daarom kan betrokkene niet in cassatie worden ontvangen, hetgeen betekent dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk wordt verklaard. De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert tot niet-ontvankelijkheid van betrokkene in het cassatieberoep.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens niet-tijdige indiening van middelen.