ECLI:NL:PHR:2015:1928
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw
Verzoekster heeft een schuldenlast van €10.841,78 en verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Overijssel wees dit verzoek op 17 februari 2015 af, omdat niet aannemelijk was dat verzoekster in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw was geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden. Dit oordeel werd gebaseerd op een fraudeschuld aan het UWV en frauduleus handelen jegens de gemeente.
Verzoekster ging in hoger beroep bij het hof Arnhem-Leeuwarden, dat het vonnis van de rechtbank op 30 april 2015 bekrachtigde. Tegen dit arrest stelde verzoekster cassatieberoep in bij de Hoge Raad, met tevens een verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen wegens dreigende ontruiming van haar woning.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verzoekster niet te goeder trouw was, mede vanwege het frauduleuze karakter van haar handelen. Ook het beroep op de hardheidsclausule faalt, omdat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle heeft gekregen. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen, omdat het cassatieberoep geen kans van slagen heeft en de afwijzing van het verzoek tot schuldsanering onherroepelijk is geworden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen, waardoor de afwijzing van de schuldsaneringsregeling onherroepelijk is.