Conclusie
middelwordt erover geklaagd dat het hof de uitlevering heeft toegestaan voor een feit waarvoor uitlevering niet kan worden toegestaan en waarvoor die uitlevering ook niet is gevraagd.
Feiten waarvoor uitlevering wordt verzocht
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten aan het Koninkrijk der Nederlanden voor een persoon die wordt verdacht van meerdere strafbare feiten, waaronder drugshandel en witwassen. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba had geadviseerd om de uitlevering toe te wijzen voor vier feiten (count one tot en met count four).
De verdediging stelde in cassatie dat het hof ten onrechte ook uitlevering toestond voor het vierde feit, waarvoor volgens hen geen uitleveringsverzoek was gedaan en waarvoor geen redelijk vermoeden van schuld bestond. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat uitlevering voor het vierde feit toelaatbaar is, omdat de opgeëiste persoon niet als verdachte van dat feit wordt genoemd en de stukken geen aanwijzingen bevatten voor zijn betrokkenheid.
De Hoge Raad vernietigt het advies voor zover het uitlevering ten aanzien van het vierde feit toelaatbaar acht en beslist uit doelmatigheid dat uitlevering alleen toelaatbaar is voor de eerste drie feiten. Er zijn geen andere gronden gevonden om het advies te vernietigen. Hiermee wordt de uitlevering beperkt tot feiten waarvoor een redelijk vermoeden van schuld bestaat en waarvoor het verzoek duidelijk is ingediend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het uitleveringsadvies voor het vierde feit en verklaart uitlevering daarvoor ontoelaatbaar.