Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1.bsluit hierbij aan met een (subsidiaire) motiveringsklacht. De klacht is niet nader toegelicht [8] .
burn outvan de moeder als gevolg van deze angst een reële dreiging noemt en dringend adviseert geen bezoekregeling toe te kennen.
kanmeebrengen dat het ene belang (dat van omgang tussen de vader en de zoon) moet wijken voor een zwaarder wegend belang, te weten dat de zoon gespaard blijft voor de nadelige gevolgen indien het contact geforceerd tot stand zou worden gebracht en een geestelijke instorting van de moeder (als de in tijd meest verzorgende ouder) dreigt met bepaalde gevolgen voor de zoon. De motivering is summier, maar niet onbegrijpelijk: het hof heeft blijkens de tussenbeschikking van 7 november 2013 geen genoegen genomen met enkel de mededelingen van de moeder hierover en in de eindbeschikking verwezen naar de in het geding gebrachte informatie van artsen. Andere oplossingen dan door het hof genoemd om zonder het gevreesde risico (al dan niet begeleid) contacten tussen vader en zoon tot stand te brengen zijn in hoger beroep niet aan de orde gesteld; in elk geval klaagt het cassatiemiddel niet over een ongemotiveerd voorbijgaan door het hof aan concrete voorstellen van partijen voor gepaste maatregelen. De slotsom is dat zowel de rechtsklacht als de motiveringsklacht van onderdeel 1 faalt.
Onderdeel 2.bkomt neer op de klacht dat het hof aan die verzwaarde motiveringsplicht niet heeft voldaan.