Voetnoten
1.Artikel 27, paragraaf 1, van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen van 5 juni 2001 (
2.Schriftelijke uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 juni 2014, nr. AWB 13/7474. De mondelinge uitspraak is gepubliceerd in ECLI:NL:RBZWB:2014:4629, 3.Toevoeging A-G: bedoeld zal zijn onderdeel 4.3, aangezien onderdeel 2.10 niet voorkomt in de uitspraak van de Rechtbank, maar wel in diens proces-verbaal van de mondelinge uitspraak. Overweging 2.10 van dit proces-verbaal stemt overeen met de inhoud van onderdeel 4.3 van de uitspraak van de Rechtbank.
4.Toevoeging A-G: bedoeld zal zijn onderdeel 4.2, aangezien onderdeel 2.9 niet voorkomt in de uitspraak van de Rechtbank, maar wel in diens proces-verbaal van de mondelinge uitspraak. Overweging 2.9 van dit proces-verbaal stemt overeen met de inhoud van onderdeel 4.2 van de uitspraak van de Rechtbank.
5.Vgl. voetnoot onder 3.
6.Wet van 11 mei 2000 tot vaststelling van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 (
8.Wet van 14 december 2000, tot wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001, de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 en enige andere belastingwetten c.a. (Veegwet Wet inkomstenbelasting 2001) (
10.Besluit van 20 december 2000 tot aanpassing van enige uitvoeringsbesluiten,
11.Besluit van 29 mei 1995 DB95/119M,
12.Besluit van 21 oktober 2005, CPP2005/2378,
13.H.T.P.M. van den Hurk en M. Snikkenburg,
14.M.J.G.A.M. Weerepas, H. de Vries en H.T.P.M. van den Hurk,
15.Wet van 12 december 2002 tot goedkeuring van het op 5 juni 2001 te Luxemburg tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met Protocol I en II en briefwisseling (
19.Brief staatssecretaris van Financiën 4 oktober 2001, nr. IFZ 2001/860,
22.Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen van 12 april 2012 (
23.Goedkeuring van het op 12 april 2012 te Berlijn tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (
27.Kennelijk is hier bedoeld: artikel 10ea, eerste lid, onderdeel a, onder 1, UB LB 1965, welke bepaling in 2009 opgenomen was in artikel 9, eerste lid, van het UB LB 1965.
29.(Belgische) Belastingdienst, (Belgische) Federale Overheidsdienst Financiën en Bureau voor Belgische zaken,
30.Belastingdienst,
31.P. Kavelaars, ‘De toekomstige positie van grenswerknemers’,
32.H. de Vries en S.P.L. Thomas, ‘Compensatieregelingen in het nieuwe belastingverdrag met België: elk nadeel heeft zijn voordeel’,
33.L. van Marrelo en P.F. Opentij, ‘Werken over de grens en het fenomeen compensatieregeling’,
34.Zie onderdeel 2.2, rechtsoverweging 4.4 van de uitspraak van de Rechtbank.
35.Zie onderdeel 2.2, rechtsoverweging 4.4 van de uitspraak van de Rechtbank.
36.De tekst van artikel 3, paragraaf 2, van het Verdrag met België luidt als volgt: “2. Voor de toepassing van het Verdrag op enig ogenblik door een verdragsluitende Staat heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat ogenblik heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is; elke betekenis onder de toepasselijke belastingwetgeving van die Staat heeft voorrang op de betekenis welke die uitdrukking heeft onder de andere wetten van die Staat.”
37.Zie onderdeel 5.2.
38.Wet van 12 december 2002 tot goedkeuring van het op 5 juni 2001 te Luxemburg tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met Protocol I en II en briefwisseling (
39.Zie onderdeel 5.2, 5.3, 5.15 en 5.16.
40.Zie onderdeel 5.2 .
41.Zie onderdeel 5.3. .
42.Zie onderdeel 5.4, 5.5, 5.13, 5.15 en 5.17. In tegenstelling tot: onderdeel 5.14, waarin gesproken wordt over “het bedrag dat u in Nederland aan belasting en premie volksverzekeringen zou moeten betalen als u over uw in België
43.Onderdeel 5.4 en 5.5.
44.Zie onderdeel 2.1.
45.Zie onderdeel 3.1.
46.Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen van 12 april 2012 (
48.Belanghebbende lijkt dit in zijn beroepschrift te erkennen doordat hij aangeeft dat in de fictieve situatie dat hij zijn arbeid volledig in Nederland zou hebben verricht er geen voorkoming van dubbele belasting zou zijn en als gevolg van een arbeidsrechtelijke verlaging van het loon, het loon lager zou zijn vastgesteld.
49.Zie onderdeel 4.8 en 4.9.
50.Zie onderdeel 4.5, 4.7 en 4.8.
51.Zie onderdeel 2.2, rechtsoverweging 4.4 van de uitspraak van de Rechtbank.