Conclusie
Feiten en procesverloop
Onderdeel 1klaagt erover, dat het Hof door in rov. 3.14 te oordelen, dat de discretionaire bevoegdheid van artikel 16 Fw Pro zich er op zich niet tegen verzet dat de rechtbank een faillissement op de daarop genoemde gronden opheft indien er klachten zijn ingediend die nog niet volledig zijn afgedaan, heeft het hof in het onderhavige geval onvoldoende inzicht gegeven in de achterliggende motivering van zijn beslissing.
Onderdeel 2klaagt erover dat het Hof in het bestreden arrest zijn taak als appelrechter heeft miskend door de grief van [verzoeker] tegen het beslissing van de Rechtbank om het faillissement van [verzoeker] op grond van art. 16 Fw Pro bij gebrek aan baten op te heffen zonder eerst diens klachten over het optreden van de curator in behandeling in te nemen.