ECLI:NL:PHR:2015:2093

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2015
Publicatiedatum
15 oktober 2015
Zaaknummer
15/03617
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 OwArt. 134 RvArt. 2 OwArt. 54h OwArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt vonnis onteigening wegens ontbreken pleidooi

In deze onteigeningszaak heeft de rechtbank Gelderland bij vonnis van 1 juli 2015 de vervroegde onteigening van een perceel ten laste van eiser uitgesproken. De rechtbank stelde het voorschot vast en bepaalde een datum voor het deskundigenrapport over schadeloosstelling.

Eiser stelde beroep in cassatie en klaagde dat de rechtbank ten onrechte geen gelegenheid tot pleidooi had gegeven, ondanks zijn verzoek daartoe op 29 juni 2015. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank niet had gemotiveerd waarom het verzoek was gepasseerd en dat het verzoek de rechtbank wel had bereikt. Dit vormde een schending van het recht op een mondelinge behandeling zoals neergelegd in art. 134 Rv Pro en art. 24 Ow Pro.

De Hoge Raad concludeerde dat de klacht gegrond was en vernietigde het bestreden vonnis. De zaak werd verwezen voor verdere behandeling waarbij de gelegenheid tot pleidooi moet worden gegeven.

Uitkomst: Het bestreden vonnis is vernietigd wegens het ontbreken van gelegenheid tot pleidooi en de zaak is verwezen.

Conclusie

15/03617
Mr. F.F. Langemeijer
9 oktober 2015
Conclusie inzake:
[eiser]
tegen
Gemeente Rheden
In deze onteigeningszaak gaat het om de vraag of gelegenheid is gegeven tot pleidooi.

1.Feiten en procesverloop

1.1.
Bij vonnis van 1 juli 2015 heeft de rechtbank Gelderland op vordering van de gemeente Rheden en ten laste van [eiser] , thans eiser tot cassatie, de vervroegde onteigening uitgesproken van het perceel, kadastraal bekend gemeente [woonplaats], sectie [A] nr. [001] , ter grootte van [...] ha. De rechtbank heeft het door de gemeente te betalen voorschot vastgesteld en een datum bepaald voor het depot van het door deskundigen uit te brengen rapport met betrekking tot de aan [eiser] toe te kennen schadeloosstelling.
1.2.
Namens [eiser] is – tijdig [1] – beroep in cassatie ingesteld. De gemeente heeft geconcludeerd tot referte. Partijen hebben afgezien van schriftelijke toelichting.

2.Bespreking van het cassatiemiddel

2.1.
De klacht houdt in dat de rechtbank ten onrechte vonnis heeft gewezen zonder aan [eiser] , overeenkomstig zijn verzoek van 29 juni 2015, gelegenheid te geven voor pleidooi. Het middel klaagt over schending van art. 134 lid 1 Rv Pro in verbinding met art. 2 Ow Pro, van art. 24 in Pro verbinding met art. 54h Ow en/of van art. 6 EVRM Pro [2] . Voor zover de rechtbank geen kennis heeft genomen van de brief van 29 juni 2015 aan de rechtbank, is volgens het middel sprake van een evidente vergissing of fout.
2.2.
Tot de overgelegde gedingstukken behoort een B7-formulier d.d. 29 juni 2015, door de advocaat van [eiser] gericht tot de rechtbank, met als bijlage een verzoek tot het bepalen van een zitting voor het houden van pleidooi. Op grond van de in het cassatiemiddel aangehaalde wettelijke bepalingen heeft de gedaagde in eerste aanleg (hier: de eigenaar, tegen wie de vordering tot onteigening is gericht) in beginsel [3] recht op een mondelinge behandeling (pleidooi) [4] . Uit het vonnis van de rechtbank blijkt in het geheel niet, op welke grond de rechtbank aan dit verzoek is voorbijgegaan. Aan de hand van het in cassatie overgelegde uittreksel van het roljournaal maak ik op dat het verzoek de rechtbank wel heeft bereikt. De klacht is derhalve gegrond.

3.Conclusie

De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot verwijzing van de zaak.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
a. – g.

Voetnoten

1.Zie art. 52 en Pro 53 in verbinding met art. 54l Onteigeningswet (Ow).
2.De toelichting op deze klacht verwijst naar EHRM 23 februari 1994 (Fredin/Zweden (no. 2), appl.no. 18928/91); zie voor een uitgebreider rechtspraakoverzicht: Practical Guide to Article 6 (civil limb), nrs. 247 e.v., te raadplegen via
3.Zie in het commune burgerlijk procesrecht onder meer: HR 27 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8513, NJ 2012/76; HR 28 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0598, NJ 2012/556; Asser Procesrecht/Van Schaick 2, 2011, nr. 75.
4.Opmerking verdient dat art. 24 Ow Pro zal worden gewijzigd in het kader van de digitalisering van het burgerlijk procesrecht (KEI-project); zie het voorgestelde art. XVII onder E, Kamerstukken II 2014-2015, 34 212, nr. 2.